maandag 11 augustus 2014

Website

Vandaag wijzigde mijn vriendin Jeannette Schippers mijn website. Dat was wel nodig, want het leek nog net of er niks veranderd was in mijn leven en ik nog gewoon aan het werk. Aan mijn levensloop heeft ze toegevoegd dat ik in 2013 in de ziektewet zat en sinds begin 2014 afgekeurd ben. Mooie foto erbij, met de stok aan het strand. Klaar . . .
Nee, zei ik: 'Werkzaamheden' kan vervallen en vervangen worden door 'Marinus'.
Jeetje, zei mijn lieve vriendin. Moet-ie dan helemaal weg?
Nee, zeg ik, Marinus niet, maar werkzaamheden wel, want ik heb ze niet meer.

Zij schrok ervan. Ik eigenlijk ook wel, heel even. Natuurlijk realiseer ik me nu al geruime tijd dat ik geen werkzaamheden meer verricht ten behoeve van een instelling, een instantie, een zakelijk verband, etc. En in mijn levensloop staan al mijn wapenfeiten voldoende vermeld. Er hoeft niets meer aan toegevoegd te worden. Dus hop: weg ermee.
En voor Marinus had ik een leuke tekst gemaakt over wat hij allemaal kan/ zou kunnen. Genoeg werk te doen, maar nu door hem.

Iemand mailde mij afgelopen week: Je gaat afscheid nemen, ben je er blij mee of word je er weemoedig van. Ik schreef terug: beide. Het afscheid nemen treft meerdere gevoelslagen tegelijk. Het geeft rust omdat ik niet meer hoef te werken. Aan de andere kant onrust omdat ik mijn tijd opnieuw moet in gaan vullen en waarmee dan? Er is ook weemoed om de voorbije jaren met leuke en ook verdrietige voorvallen. En er is een spannende sensatie: benieuwd wat de komende tijd zal brengen? In ieder geval ben ik dankbaar dat ik genoeg tijd en rust heb om de suiker in de gaten te houden en dat is nodig ook, want het fluctueert nog vaak flink. In september mag ik meedoen met een groep die gaat experimenteren met continue glucosemeting, de (hopelijke) voorloper van de closeloop - dat wil zeggen dat op den duur een apparaat de werking van de alvleesklier over kan nemen zonder inmenging van de patient zelf. Dat zou het mooiste zijn.

Doet me ineens denken aan een prachtig gedicht van Remco Campert.


Geen gemaar

Het grootste, het mooiste
is natuurlijk
dat je je een opvatting weet eigen te maken
een geloof, een wandelstok
een idee van alles en nog wat
een overtuiging goddomme
principes, linealen
die op de schoorsteenmantel niet
kromtrekken, een vlag
die in de wind niet scheurt
niet nat wordt in de regen,
zekerheden, pensioen
rente en op de Bank van Engeland
een zak vol geld,
doorzicht en inzicht, kunst-
verlichting, vertrouwen
in de wijsheid op de grafsteen,
elke film een happy ending, hoop
op de veilige thuisvaart
je spiering een kabeljauw
en aan de haven huilend
moeder de vrouw

Natúúrlijk is dat
het grootste, het mooiste

en geen gemaar

Remco Campert
De website is inmiddels van het web gehaald.


dinsdag 15 juli 2014

Autonome neuropathie

Autonome neuropathie is een zenuwbeschadiging van zenuwen die behoren tot het autonoom zenuwstelsel.
Wat doet dat autonoom zenuwstelsel?
Vele lichaamsfuncties worden geregeld buiten de wil om,  zoals ademhaling, werking van hart en bloedvaten, voeding, spijsvertering. De darmen maken voortdurend bewegingen om de voedselbrij te verplaatsen. Pupillen verwijden in het donker en vernauwen in fel licht. 
Het autonoom zenuwstelsel regelt vooral de lichaamsfuncties die verband houden met ‘overleven’ en de instandhouding van de soort. Omdat deze functies veel overeenkomsten vertonen met plantaardige (vegetatieve) functies, wordt het autonoom zenuwstelsel ook wel aangeduid als het vegetatieve zenuwstelsel.
Autonome neuropathie komt het meest frequent voor bij diabetes. Afhankelijk van welke zenuwen zijn aangedaan zijn de symptomen o.a.: duizeligheid, flauwvallen, zweten, diarree, misselijkheid, pijnen in buik of borst en hartritme stoornissen.

De diabetische autonome neuropathie (DAN) wordt vaak door artsen niet goed (h)erkend: het komt echter vaker voor dan we denken en kan hele nare gevolgen hebben.
DAN kan het gehele autonome zenuwstelsel aantasten, omdat de verschillende soorten zenuwen aangedaan zijn. Het is eigenlijk een systeemziekte waarbij meerdere orgaansystemen aangetast worden en de aandoening ontstaat al vrij frequent in het begin van suikerziekte.

 Aandoeningen per orgaansysteem zijn onder andere:
Hart: snelle hartslag in rust en moeite bij inspanning, lage bloeddruk en dreigend hartinfarct
Darmen: slikklachten, verlammingen van de maag, obstipatie, misselijkheid, diarree, incontinentie voor ontlasting.
Zweet/huid systeem: warmte-intoleranie, transpireren bij eten, droge huid. 

Slecht ingestelde diabetes is de belangrijkste oorzaak van diabetische autonome neuropathie!
 
Deze tekst heb ik van twee sites, waarvan een site is van artsen in Soest die met accupunctuur werken om deze klachten te bestrijden, maar bij mij had het alleen effect zolang ik op de behandeltafel lag.
De laatste weken heb ik vooral last van mijn darmen, met als side-effect dat de diabetes slecht ingesteld is. Kip-ei kwestie dus.
Morgen even bellen of ik mee kan doen met een onderzoek naar pijnstilling in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam.
 
 

Diabetic Derangement Day

Diabetic Derangement Day: mooie titel, maaar de uitwerking is minder fraai.
Gisteren had ik eigenlijk al de spuitplek van mijn pomp moeten wisselen, dus snel vandaag gedaan.
In de loop van de middag voel ik me beroerder worden, maar de hond (ontstoken pootje), de post en de boodschappen komen op de eerste plaats en dan pas (eind van de middag) kan ik thuis meten: 17,2.
Dan maar een andere spuitplek en ondertussen eten en bijspuiten. Basaal maar even op 200%.
Na een uurtje meten: 24,0
Zou er weer een knik in de naald zijn? Voor de zekerheid nieuwe insulinevulling, nieuwe spuitplek (met de oude was niks mis) . . .Voor de zekerheid eerst met de pen 8,5 eenheid ingespoten alvorens het pompreservoir te vullen en de infuusset aan te sluiten
Nu net gemeten: 21,9.
Bureau ziet er zo uit:
 
 
Had een paar weken geleden, terwijl we in Denemarken waren voor de doop van de dochters van Wendelmoet en Lars een ander bijzonder akkefietje: ik was reservoirs voor de pompvergeten, de insuline-voorraad in de pomp was bijna op en ik moest van spuitplek veranderen.
Wat komen oude spuiten dan goed van pas!
Met de spuit de insuline van de penfill naar het oude reservoir overgebracht, in het nieuw infuussetje en . . . klaar.
Soms is het handig als je creatief kunt denken.
 

 
Laatste dagen erg veel last van de neuropathie die ook mijn autonoom zenuwstelsel aan het slopen is. Zie volgend artikel. Ga ik zo meteen schrijven, want eerst even wat water met kleine bubbeltjes beneden halen en drinken om de bijverschijnselen van het hoog zitten te bestrijden.



donderdag 29 mei 2014

Afgekeurd

8 april was het zover: ik hoorde telefonisch dat ik was afgekeurd. Dat wil zeggen: dat het UWV mijn bezwaar tegen het niet afkeuren gegrond had verklaard. Met andere woorden: ze waren het met me eens dat ik niet meer kan werken. Niet nu en niet in de toekomst.
Een keuringsarts had eerder aangegeven dat er nog verbetering mogelijk zou zijn, maar daar is geen sprake van. Tijdens de hoorzitting bij het UWV in maart werd ik vergezeld van mijn internist Erik-Jan,  collega-dominee Nico, Martine, hoofd zorg bij de Prinsenstichting, Janke, P&O Prinsenstichting en Marinus, man en mantelzorger. Het feit vooral dat mijn arts meegekomen was, maakte indruk op de keuringsarts van het UWV. Als eerste werd hij bevraagd over mijn situatie. Toen mij gevraagd werd wat mijn werk inhield, waarom ik dat dus niet meer kon doen, werd ik zo emotioneel dat mijn collega Nico het overnam en uitstekend kon verwoorden. Martine en Janke schetsten vervolgens hoe het werken mij steeds minder goed afging de afgelopen jaren en tot slot gunde Marinus alle aanwezigen een blik binnenshuis op het leven van een diabetespatient met vele complicaties.

Afgekeurd.
Vind je dat fijn, vragen sommigen?

In ieder geval geeft het me rust, is dan meestal mijn antwoord. Ik hoef niet meer te werken en ik krijg een gegarandeerde uitkering tot mijn pensioen. Dat is een (grote) zorg minder voor mij.
Maar de zorg over mijn lichamelijke gebreken blijft natuurlijk. En die gebreken zullen er niet minder op worden de komende jaren, vrees ik.
Dus in die zin voel het afgekeurd zijn als een afkeuring van mijn gebrekkige lichaam. Het doet me denken aan een bordje dat vroeger op sommige huizen werd aangebracht:

 
 

We kwamen er pas weer een tegen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. En het herinnerde mij eraan dat op de Broekseweg in Meerkerk, waar ik vroeger woonde, ook een huis stond met zo'n bordje. Dat vond ik als kind heel intrigerend. Dan staat er een huis, maar je kunt er niet in wonen.
Soms gaat een omkering van woorden ook op: onverklaarbaar bewoonde woning. Zo voelt het voor mijn lichaam soms.

Afgekeurd.
Ik zoek woorden graag op in het woordenboek, in mijn geval de driedelige Van Dale. Heb er onlangs nog erg mee gelachen om dat woordenboek. Zoon Jannes kwam binnenstormen voor zijn examen Economie. Of hij mijn Nederlandse woordenboek mocht meenemen. 'Natuurlijk,' zei ik, 'het is alleen wat zwaar.'  Hij heeft het meegenomen, maar uiteindelijk een ander exemplaat gebruikt - iets handzamer.




Van Dale heeft altijd hele verhaaltjes bij woorden en ik vind ze leuk om te lezen. Bij afkeuren staat het volgende: 'niet goedkeuren: dienstplichtigen afkeuren, ze voor de dienst ongeschikt verklaren; - maten en gewichten afkeuren, verklaren dat ze niet aan de eisen voldoen; -een huis afkeuren, het onbewoonbaar verklaren; - materiaal, eetwaren afkeuren, ze ongeschikt voor gebruik of comsumptie verklaren; munten afkeuren, buiten koers stellen.
Maar lichamen afkeuren staat er niet bij in deze lijst. Het is wel grappig dat dienstplichtigen genoemd worden, waarbij iedereen onmiddellijk denkt aan soldaten, terwijl alle mensen in feite dienstplichtig zijn, diensten moeten verrichten om te kunnen leven. Maar deze gedachtengang laat ik maar weer even varen.

Als dienstplichtige voorganger en geestelijk verzorger ben ik dus afgekeurd.
Heb nu dus alle tijd om dingen te doen die ik zelf graag wil. maar gek genoeg moet ik daar aan wennen. En bovendien: ik kan niet alles wat ik wil, omdat mijn lichaam mij tegenwerkt.
Veel rusten dus en rustiger aandoen dan ik gewend was.
Valt niet mee, maar ik doe mijn best.





vrijdag 21 maart 2014

Wie is uw behandelaar?

‘Wie is uw behandelaar? ‘ vroeg de oogarts-assistentie, die zich voorgesteld had als Fatima. Ze had mooi opgemaakte ogen.
Nadat ze me gedruppeld had, zei ik: ‘Ben blij dat ik geen make up gebruik, hoewel het me wel goed staat. Als ik weleens mijn ogen opmaak, zeggen ze: Wat zie je er goed uit.’  
‘Ja,” zei ze, ‘als ik geen make up gebruik vragen ze of ik ziek ben of zo?’
We lachten samen.
Wie is mijn behandelaar was de vraag. Ik was stil en keek haar even aan.
‘Dat ben ik zelf,’ zei ik, ‘want er is geen behandelaar 24 uur per dag beschikbaar om mij te adviseren. En mijn diabetes duurt 24 uur per dag.’
‘Ik moet kiezen tussen huisarts en internist,’ zei ze.

Ze had natuurlijk moeten weten dat voor diabeten type 1 de huisarts altijd doorverwijst naar de internist, maar ik hield me in.

‘Staat er geen diabetesverpleegkundige bij?’ vroeg ik. Want die zijn vaak meer toegankelijk dan een internist, hoewel ik sinds enige tijd een hele goeie internist heb. ‘Nee, die stond er niet bij,’ zei ze.
‘Maar wie vertelt mij om 11 uur ’s avonds wat ik moet doen met een bloedsuiker van 28?’ vraag ik haar. ‘Dat ben ik toch echt zelf.’

Ik vertelde haar een grappige anekdote uit 2000. Ik was met mijn dochter Renske op stap door Canada. Op zeker moment zaten we in een hotel met zwembad en bubbelbad. Er stond bij dat bubbelbad een enorm bord met veel waarschuwende teksten voor mensen met diverse aandoeningen, waaronder – uiteraard – diabetes. Kort samengevat kwam het erop neer dat je niet zomaar dat bubbelbad in kon voor je contact had opgenomen met je behandelend arts. Daar sta je dan in Canada, tijdsverschil 6 uur met Nederland en het was 7 uur ’s avonds, dus 1 uur ’s nachts in Nederland.
Als ik hem had geraadpleegd, stel dat ik zijn privé nummer had gehad, dan had mijn internist dat niet leuk gevonden. Dus besloot ik zelf het bubbelbad in te gaan.

Sinds mijn 17e ben ik mijn eigen behandelaar. Zelfregulatie heet dat. En natuurlijk ben ik daarin ingeleid en opgeleid door vele internisten en diabetesverpleegkundigen sinds 18 januari 1971.  Maar toch, eindverantwoordelijke ben ik. En ga ik dood omdat ik iets verkeerd doe, dan is dat mijn eigen fout. Ik hoop tenminste niet dat het in Europa zo erg wordt als in Amerika. ‘Anything you say (advise or do) can and will be used against you (in evidence).’ Dat werkt verlammend in een samenleving.

Eerlijkheid gebiedt me te vertellen dat het bubbelbad-avontuur niet helemaal perfect afliep. Ik had twee (!) sessies in dat bad gezeten en kon me maar ternauwernood terug naar onze motelkamer slepen.
Maar mijn dochter had enorme last van het vele chloor in het zwembad en hele zere ogen. Ik heb haar behandeld met komkommer.

Had ik daarvoor ook een behandelaar moeten bellen? Of kan ik alsnog de kosten voor komkommer declareren?

 

 

zaterdag 18 januari 2014

43 jaar diabetes

Niet is het gebrek
ooit in begrip te vangen
niet staat de wanhoop
ooit los van het verlangen

wat breekt is het inzicht
in de begrenzing
en verdriet is de traan niet
de vloek niet de verwensing

wat leeft is wat kantelt
wat kantelt heeft spankracht
maar wat buigt en wat losschiet
waar komt het ooit neer?

Dit gedicht is onderdeel van een cyclus gedichten dat ik in 1988 aan het schrijven was, terwijl ik schreef aan mijn boek Dagboek van een diabeet. Nu zijn we 26 jaar later en lees ik in dat dagboek hoe ik toen aankeek tegen mogelijke complicaties die ik nu ervaar.
Het is vandaag 43 jaar geleden dat 'mijn' diabetes werd ontdekt. Hieronder enkele citaten uit mijn dagboek die ik inkortte en die verwijzen naar het bovenstaande gedicht.

- Niet is het gebrek ooit in begrip te vangen -
Ik kan nog zoveel woorden geven aan mijn ziekte, maar de toehoorder kan het nooit helemaal in zijn begrip 'vangen'. Er blijft altijd een dode ruimte over, daar waar je zelf moet vechten om het gebrek onder ogen te zien.
- Niet staat wanhoop ooit los van het verlangen -
Door de diabetes word ik meer geconfronteerd met wat ik níet kan (bv het bereiken van het perfecte bloedsuiker-evenwicht) dan wat ik wél kan en vooral dat wat ik wél wil. Ik ga alles als het ware zien door het oog van de naald, de insuline-naald, de bloedsuikernaald.
Het verlangen om als mens een zo normaal mogelijk (en misschien zelfs gelukkig) leven te leiden wordt steeds weer overschaduwd door de wetenschap dat het fout gaat (op korte termijn: hypo's, hypers) en nog fouter kan gaan (op lange termijn: complicaties).
- Wat breekt is het inzicht in de begrenzing -
Ieder mens ziet op zeker moment kruisjes op zijn weg, het zwaard van Damocles. Bij diabetes is iedere bloedsuiker (al dan niet gemeten) een voorschot op de toekomst. Alles telt mee voor het eindresultaat, je eigen pensioenfonds als het ware. Hoe wil je oud worden? Met allerlei extra gebreken of zonder dat?
En mocht het zo zijn dat je toch gebreken krijgt, ondanks al je inzet, hoe ga je daar dan mee om? Dat is het nadeel van veel (moeten) weten over je ziekte.
Mijn vader schafte enige tijd geleden een bloeddrukmeter aan om zijn (te hoge) bloeddruk zelf in de gaten te kunnen houden. Frappant was dat hij toen pas begreep hoe het voor mij was om telkens geconfronteerd te worden met de wisselende bloedsuikers. Hij vertoonde dezelfde reacties als ik op zijn onverwachte bloeddruk-hoogten : hoe kan dit nu? Hoe is het mogelijk! Wat heb ik nu weer verkeerd gedaan?
- Verdriet is de traan niet, de vloek niet de verwensing -
Het 'normale' leven dat door veel mensen geleid wordt, die niet rekening hebben te houden met een verstoorde functie van een bepaald orgaan, is niet weggelegd voor diabeten. Je krijgt met zoveel rompslomp te maken. Er gaat zoveel tijd op, niet alleen aan het iedere dag bloedprikken en aanpassen van insuline aan koolhydraten, maar ook aan het bezoeken en consulteren van de vele hulpverleners (medisch en paramedisch) die nodig zijn bij/voor de ziekte diabetes. Aan artsen zijn dat er 5: huisarts, internist, oogarts, cardioloog, neuroloog. Paramedisch zijn het er 5-6 : diabetes-verpleegkundige, pedicure, uit de afdeling fysiotherapie twee, nl. manuele therapie en mensendieck-therapie, dietiste, podoloog. En dan moet ik ook nog 2 maal per jaar naar de tandarts, als ieder mens en soms naar de gynaecoloog, als iedere vrouw. Gemiddeld ben ik toch één werkdag per twee weken met diabetes bezig (Tegenwoordig in 2014 is dat beduidend meer! En gelukkig woon ik tegenwoordig dichtbij het ziekenhuis. Vroeger toen ik nog naar de VU ging kwam er veel reistijd bij.) Dit alles bij elkaar: levert het iets op? Word je er beter van?
Was het maar zo. Soms lijkt het wel of je ervoor gestraft wordt veel met de diabetes bezig te zijn. En dan kun  je huilen, dat lost het verdriet niet op. En je kunt schelden, vloeken zelfs, je kunt het verschijnsel ver-wensen, maar het blijft je toch op de hielen zitten.
- Wat leeft is wat kantelt
  wat kantelt heeft spankracht
  maar wat buigt en wat losschiet
  waar komt het ooit neer? -
Misschien is het positieve bij dit alles het feit dat je op moeilijke momenten blijkt te beschikken over een hoop moed om de dingen toch zó te keren dat ze een vollediger mens van je maken.
Het kantelen van verdriet naar blijdschap. Iedere ziekte vergt grote spankracht van een mens. En dat roept het ook op in jezelf. Een grote wilskracht, een groot doorzettingsvermogen, een zo groot mogelijke positieve instelling ondanks tegenslagen. En vooral de moed om een onzekere toekomst tegemoet te treden zonder ten onder te gaan aan zelfmedelijden en passiviteit.
- Waar komt het ooit neer? -
Geen mens weer hoe zijn leven ten einde zal lopen. Geen mens kan zich echt voorbereiden op het sterven. Maar het sterven van dag tot dag omdat er pijn en/of verdriet plaatsneemt in je dagelijks bestaan, kun je proberen te 'bevechten'. Misschien moet ik op momenten dat het goed gaat ergens opschrijven hoe dat voelt, zodat ik het kan nalezen op de momenten dat het grondig misgaat. Want dan zoek ik vaak tot overmaat van ramp nogal eens 'heil' in trieste muziek en onheilspellende gedachten.

En dit alles schreef ik in 1988 (met wat voetnoten erbij van 2014).
Ontroerend om te lezen hoe ik toen al op het spoor zat van positief (willen) denken. Twee jaar na dit schrijven kreeg ik mijn eerste complicatie: oogklachten en een lange reeks zeer pijnlijke laserbehandelingen.
Nu terugkijkend op de afgelopen 26 jaar zie ik ook dat mijn enorme wilskracht en doorzettingsvermogen ten koste zijn gegaan van mijn lichamelijk welzijn. Ik ben vaak mezelf voorbij gelopen. De geest ging voorop, het lichaam sleepte ik aan een rafelig touw als een schurftige hond achter me aan. Dat kan nu niet meer. Het lichaam heeft mij teruggefloten.

Er past vandaag bij dit verhaal maar 1 muzieknummer van mijn eerste grote liefde op muziekgebied: Gilbert O'Sullivan, Nothing rhymed. Met als sleutelteksten: This feeling inside me could never deny me the right to be wrong if I choose . . .

http://www.youtube.com/watch?v=ThfjiWPIrdE



maandag 23 december 2013

PIJN!


“Het lichaam dient het IK, onopvallend, bescheiden, achter de coulissen. Maar niet zodra treedt er pijn op of de verhouding tussen IK en lichaam worden omgedraaid. Het lichaam legt zijn bescheidenheid af. Het stelt zich op tegenover het IK. Het terroriseert het IK.” (*)

Dat terroriseren door pijn heb ik de afgelopen 12 dagen meegemaakt.
Wat op donderdag 12 december begon als een vervelende rugpijn groeide al snel uit tot een helse pijn in de rechterbil, met uitstraling totaan de tenen toe. Geen beweging kon worden gemaakt zonder pijn. Liggen deed pijn, zitten, lopen, staan en hangen over een meubelstuk eveneens.
Vanaf vrijdag 13 december sliep ik vijf nachten achtereen niet, overdag doorsukkelend met hazeslaapjes en hangen in de bureaustoel – iets achterover gekanteld, dat was de enige optie om het niet uit te schreeuwen van de pijn.
De pijnstillers, totaan morfine toe, konden de pijn niet dempen.
Eten stond me tegen, alles stond me tegen.
De suikers sprongen telkens omhoog en kon ik alleen in bedwang houden door telkens bij te bolussen,per dag zo’n 10-12 keer meten en bijsturen.
Zondag ochtend belde ik radeloos de doktersdienst. Ik kon medicijnen halen. Een gemeentelid (arts)kwam kijken en raadde dat ook aan, plus veel rust. Maar hoe kun je rusten met zoveel  pijn?
Maandagochtend belde ik radeloos de huisarts die rond 12 uur kwam. Zelfde verhaal. Zwaardere pijnstiller met morfine – hielp niet.
Dinsdagochtend belde ik opnieuw: ik wil naar het ziekenhuis – als het een hernia is, dan kan daar mogelijk iets aan gedaan. Dit is geen harden.
Dus naar het ziekenhuis en al snel een MRI. Begin van de avond uitslag: geen hernia. Maar wel nog steeds die helse pijn. Nacht in het ziekenhuis: horror! Ieder kwartier dacht ik (hoopte ik) dat er een uur voorbij was. De nacht duurde 10 x langer dan thuis: afschuwelijk.
Volgende ochtend wilde ik naar huis maar mocht niet, vanwege te dun bloed: 8 i.p.v. de 2-3 die het moet zijn. “Je bent bijna vloeibaar,” zei broer Willem. Ook mijn bloeddruk was te hoog. Wat wil je, onder deze omstandigheden?
Ik ging toch, zei ik.
Fysiotherapeute erbij. Of ik kon lopen en trap op en af kon. Dat kon ik.
“U bent iemand die liefst gewoon doorgaat,” zei ze. “Maar nu moet u echt rustig aan doen en tijd nemen.”
Zij legde uit dat mijn rechterbeen bil spier tijdenlang als het ware een vuist gemaakt heeft die verkrampte en de zenuw aantastte.  Het gaat over, maar het heeft tijd nodig.
Pffffff
Naar huis in een prachtige auto, dankzij een ander gemeentelid!
En nu, vijf dagen verder, trekt de pijn zich langzaam terug tot de plekken waar hij zich normaal ophoudt: in de periferie van de armen en benen. Ik kon vannacht zelfs weer op mijn zij liggen. Nu maar hopen dat het lichaam het IK weer meer en meer onopvallend, bescheiden, achter de coulissen gaat dienen de komende tijd.

“Het pijnbeleven speelt zich niet af aan de rand van het bestaan. Het pijnbeleven tast het bestaan in zin kern aan.” (*)
       

(*)Uitspraken van Willem Metz (1909-1995), huisarts en hoogleraar medische filosofie uit zijn boek ‘Pijn, een teer punt’, genoemd in mijn boek ‘Dagboek van een diabeet’.