maandag 18 januari 2021

50 jaar diabetes, 100 jaar insuline

 


Dit zijn mijn helden. Rechtsboven: Paul Langerhans (1847-1888) ontdekte in 1869, hij was 22 jaar de eilandjes (die naar hem vernoemd werden, dus:) van Langerhans. Die eilandjes zorgen voor insuline. Maar het moest nog 52 jaar duren voordat men inzag dat die stof het behandelen van diabeten mogelijk maakte. Dat deden (linksboven:) Banting en Best in 1921 met het hondje Marjorie dat als eerste met insuline werd ingeënt en daarvan opknapte: het begin van de behandeling van diabetes mellitus type 1. De ontdekkers Langerhans en Banting stierven jong. Langerhans aan een nierziekte en  Frederick Banting zou in 1941 de geallieerde strijdkrachten versterken, maar zijn vliegtuig stortte kort na vertrek neer bij Gander, Newfoundland.
Het is een bijzondere samenloop van omstandigheden dat ik in 1974, drie jaar na de diagnose diabetes mellitus type 1 voor een tussenstop landde op diezelfde plek: Gander, samen met mijn ouders en broer Harry, op weg naar de oudste vriend van mijn vader in Calgary, Alberta.



Terug naar het begin: 18 januari 1971. Ik was precies 11,5 jaar oud. Linksboven een foto met mijn zusje Wendelmoet die in september 1970 gedoopt werd.
Al een half jaar had ik enorme dorst en viel zoveel af dat er nog maar een schaduw van mezelf overbleef. Ik zou naar de schoolarts voor de kerstvakantie, maar het werd verplaatst tot erna. Van die kerstvakantie herinner ik me de uitzinnige dorst die niet gelest werd door te drinken. Mijn lieve oma van der Meiden gaf me rangsnoepjes, zodat ik de hele dag iets te zuigen had en mijn mond niet zo droog aanvoelde.
Op 18 januari zat mijn moeder in de gang van mijn school om met me mee te gaan naar de schoolarts. Ik moest in een plastic potje plassen. Zittend tegenover de schoolarts zag ik hem enorm schrikken zodra hij een test deed met de urine - er ging een wijzertje verschuiven en trillen. Ik zag zijn blik en dacht op dat moment: ik ga dood!
Dat bleek mee te vallen. 'U moet een afspraak met de huisarts maken,' zei de schoolarts. Naar huis, boterham en beker yoghurt met suiker, naar de huisarts, meteen doorgestuurd naar het Prinses Beatrixziekenhuis in Gorinchem en in 2 weken tijd op insuline ingesteld. Moest leren prikken door te oefenen op een sinaasappel. Het duurde tot 1974 voordat ik mezelf durfde te injecteren. Mijn moeder Ike deed dat jaren voor mij. De diëtiste in het ziekenhuis was niet echt een meelevend mens. Op mijn vraag of ik ooit nog een witte boterham met hagelslag zou mogen eten was haar korte antwoord: 'Nee!' Ook schreef zij mij karnemelk voor, wat ik verafschuwde. Na drie jaar kokhalzend naar binnen gegoten te hebben, besloot ik die te vervangen door gewone melk. 

De bovenmeester dacht dat het beter zou zijn als ik september 1971 naar de huishoudschool in Meerkerk zou gaan en niet naar de Oude Hoven (Havo,VWO) in Gorinchem, waarvoor ik 16 km moest fietsen. 'Dus laat haar maar geen CITO-toets doen,' zei hij. Mijn ouders vonden dat dat wel moest gebeuren. Ik haalde de hoogste score en ging naar de brugklas.
De eerste 10 jaar van mijn diabeet zijn was er alleen maar de urine test. Daar kon je uit afleiden hoe het ongeveer ging en of je geen ketonen in je urine had, want dat duidde op ontregeling.  Er is veel in mijn lijf misgegaan in die tijd. Zo werd ik op zeker moment van school naar huis gestuurd omdat ik een hypo had. En dan 16 kilometer fietsen! Jaren later hoorde ik van een mede scholier dat ik echt wel een beschermengel moet hebben gehad, want ik stak vlak voor een vrachtwagen over en overleefde het. 

 

De insuline die ik gebruikte veroorzaakte een allergische reactie: onderhuids vet verdween op mijn armen en benen. Gelukkig had mijn internist, dokter van der Hulst daar een behandeling voor bedacht: met hele zuivere insuline intracutaan spuiten. Zo herstelde het weefsel. Daarvoor moest ik 6 weken opgenomen worden in Bosch en Duin, Bilthoven. Het inspuiten deed verschrikkelijk pijn, maar zo leerde ik het wel en kreeg er zelfs een diploma voor. Eentje die niet veel mensen gehaald zullen hebben.


Bovenstaande foto werd genomen door mijn tante Rola. Het is de enige foto waarop ik bezig ben met insuline ophalen in een injectiespuit. Hoe vaak ik dat gedaan heb? Geen idee, maar vaak! En in de loop der jaren maakte ik de ontwikkeling mee van uitkookbare glazen spuiten, wegwerpspuiten, de prikpen tot de 'zelfregulerende' insulinepomp. 

In 1984 kreeg ik last van tintelingen in mijn handen en voeten. De huisarts dacht aan hyperventilatie. Ik kreeg een folder mee, maar toen ik de stappen volgde van een hyperventilatieaanval en nét kon voorkomen dat ik er een kreeg, wist ik dat dat niet leek op mijn klachten. Op de afdeling Neurologie van het VU ziekenhuis kwamen ze na metingen erachter dat ik mijn eerste complicatie te pakken had: neuropathie, aantasting van het zenuwstelsel. Ik liep mee met een onderzoek naar het terugdringen van klachten door het gebruik van een insulinepomp. Ik vond het niet prettig met zo'n pomp aan mijn lijf, dus koppelde hem weer los na afronding van het onderzoek.


In 1990 volgde een volgende complicatie: retinopathie, lekkende bloedvaten in de ogen. Tijdens mijn zwangerschap van dochter Renske werd het heel spannend. Maar gelukkig kon door een hele goede laserbehandeling van mijn oogarts Désirée van der Feltz blindheid voorkomen worden. Foto linksboven is van 1990, foto rechtsboven van 2012. Bij deze oogarts kom ik nog steeds. Ondanks dat ik slecht instelbaar was, kreeg ik gelukkig nóg een gezond kind: Jannes in 1996. 

In 2000 werd ik overspannen en kreeg als medicijn een stemmingsverbeteraar. Later werd aangetoond dat diabetes en depressie vaak samen op gaan. Geen wonder als je telkens geconfronteerd wordt met het falen van je eigen inspanningen om de bloedsuikers in balans te brengen.
Januari 2005 stopte ik met roken en in plaats ervan op te knappen werd ik steeds vermoeider en bleek mijn schildklier niet voldoende te produceren. Nog een ziekte erbij plus medicijn.
In 2008 kwam ik onder behandeling van een cardioloog na hartritmestoornissen en katheterisatie. De hoeveelheid tabletten nam toe.
Vanaf dat moment kreeg ik ieder jaar bij de vaatchirurg te horen dat mijn vaten aan het dichtslibben waren. Er was maar een remedie: lopen, lopen en nog eens lopen. Maar door de inmiddels flink toegenomen pijn van de neuropathie was dat een moeilijke opgave.


Uiteindelijk besloot ik in 2012 toch weer een insulinepomp aan te koppelen. Ik vond een hele goede internist en diabetesverpleegkundige en zag de toekomst weer hoopvol in. 
Maar de schade aan mijn lichaam was zo groot dat ik januari 2013 de ziektewet in ging en binnen een jaar volledig arbeidsongeschikt verklaard werd. Een enorme schok voor iemand als ik die altijd door roeien en ruiten ging om dát te doen wat nodig was in het werk en privé. 

De laatste jaren leer ik rustig aan te doen en dat is mijn diabetes instelling ten goede gekomen. In 2015 gaf de grafiek bij mijn internist aan hoe mijn diabetes instelling verbeterde door de pomp en de rust.
Afgelopen zomer begon ik met de zelf regulerende insuline pomp 670G. Dát geeft nog meer verbetering van mijn bloedsuikerwaarden. 
Geweldig hoe in 50 jaar tijd zoveel veranderde en verbeterde in de behandeling van diabetes mellitus, de zoete doorloop ziekte, type 1. Aan de andere kant stemt het verdrietig dat deze ziekte mij 50 jaar zoveel ellende bezorgde op zoveel momenten. Dankzij wilskracht en humor en de liefde van velen om mij heen heb ik het gered. Goed houden, zeggen ze in Twente en dat doe ik!
Ik wil eindigen met een liedje dat me vanaf 1974 altijd in positieve zin heeft begeleidt en de maker woonde zelfs in 1974 in mijn buurt in Nederland: Gilbert O'Sullivan:
Nothing Rhymed









zondag 19 juli 2020

Met de 670G van start

Nadat ik de laatste keer voor de zoveelste keer schreef dat ik er zo moe van werd, is er nu een zeer grote sprong voorwaarts gemaakt, namelijk een pomp die de besturing voor een groot deel overneemt in samenwerking met de sensor.
Het nieuwe van mijn vorige pomp, 640G was dat 'hij' ingreep als mijn bloedsuiker te laag werd en weer begon met insuline afgeven als de bloedsuiker ging stijgen.
 Deze 670 G gaat een stap verder. Die 'volgt' de gegevens van de sensor en grijpt in bij te lage én te hoge bloedsuikers.
Wat ik tot nu deed was een inschatting maken van de benodigde insuline gedurende 24 uur. Dat vertaalde ik naar basale standen. Die basale standen konden per uur variëren. Ongeacht wat ik deed, kwam er dan insuline binnen.
Daarnaast gaf ik extra insuline op het moment dat ik ging eten om de koolhydraten te compenseren met eenheden insuline. Daarvoor moet je weten hoe je lichaam reageert op koolhydraten en hoe dat varieert per moment van de dag.



Al die gegevens staan opgeslagen in mijn nieuwe 670G pomp. Met al die kennis kan de pomp dan zelf per moment van de dag bepalen hoeveel insuline ik nodig heb, altijd gebaseerd op gegevens van de sensor die in mijn huid de 'bloedsuiker' meet. Alleen bij maaltijden moeten de koolhydraten doorgegeven worden en baseert hij daarop een bolus.

Op 7 juli heb ik hem aangesloten met hulp van Roelie Bulder van Medtronic. Hij heeft anderhalve week 'gedraaid' met mijn basale standen en 'ervaren' wat er gebeurt als ik eet en extra insuline toedien. En het is zo goed gegaan dat hij vanaf donderdag 16 juli in de automodus staat en dat geeft een veel beter beeld:


Het zwakke punt in het geheel is de sensor. De metingen in de buikwand kunnen soms flink afwijken van de bloedsuikers. Drie tot vier keer per dag moet de pomp gekallibreerd worden, d.w.z. dat de bloedsuiker moet worden doorgegeven en de pomp zich daaraan aanpast. Gaat er iets mis, dan 'valt' de pomp uit de automodus en treden de basale patronen in werking.

Ben heel benieuwd hoe het zal gaan, maar tot nog toe zeer tevreden over de resultaten!


dinsdag 10 maart 2020

Ik word er zo moe van



Er is een mooie Twentse uitdrukking: ett'n en drink'n geet wa, maor meu meu: eten en drinken gaat wel, maar moe moe!
Ik voel me de laatste tijd al niet zo opgewekt en behoorlijk lusteloos. Dus wilde ik vandaag lekker aan de gang met het levensverhaal van een oude dierbare dame en dan word ik in de wielen gereden door die klote suiker. Excusez le mot, maar anders kan ik het niet noemen. 
Oorzaak? 
Ja, wat zal het dit keer zijn?
Infusieset vervangen - niet op de goede plek? naald verstopt? 
Te weinig slaap kan soms ook tot hogere bloedsuikers leiden, maar dat kan het niet geweest zijn na ruim 9 uur slaap. 
Vroeger kon ik de maandelijkse cyclus de schuld geven - kan niet meer, want in de overgang, beter gezegd over de overgang heen. 
Koud buiten? Nee, belachelijk warm en het wordt lente. Te warm dan?

Van oorzaken zoeken voor insuline schommelingen word je zelden wijzer. En kom je d'r achter, ben je toch te laat, want dan dient zich weer een volgend probleem aan.

Maar het meest verdrietig en soms zelfs wanhopig word ik van het feit dat je dan ingrijpt en de bloedsuiker blijft stijgen. 
Natuurlijk weet ik na 49 jaar met deze ziekte geleefd te hebben dat je geduld moet hebben. 
Maar pas na het turning point ziet de wereld er weer wat vrolijker uit.



dinsdag 25 februari 2020

De Augustanahof


Begin 2016 hoorden we over een project van de Lutherse Diaconie van Amsterdam, namelijk de verbouwing van de Augustanakerk tot een hof. De diaconie was op zoek naar mensen die in die hof samen met anderen een woongemeenschap wilden vormen met het motto: omzien naar elkaar en naar de buurt.
We waren meteen enthousiast. Marinus schreef een soort sollicitatiebrief en we werden 'aangenomen'. Marinus werd zelfs kwartiermaker, dat wil zeggen dat hij in de aanloop naar de totstandkoming van de hof met een klein groepje zou bespreken hoe dat wonen vorm gegeven zou worden. Er werden jaarritmes bedacht en leefregels samengesteld. En we gingen tijdens de verbouwing vaak kijken hoe  de vorderingen waren.


Begin juli 2017 verhuisden we naar de Augustanahof, midden in Bos en Lommer, pal naast de Erasmusgracht en het Erasmuspark. Binnen een paar maanden werden de 16 huizen van de hof bewoond door 17 mensen, waaronder één gast. Het is de bedoeling dat we via de organisatie Spirit iedere 9 maanden een jongere in ons midden hebben, die begeleid wordt op weg naar zelfstandig wonen. Momenteel woont de derde gast in ons midden.

De Hof werd op 23 september 2017 geopend onder grote belangstelling. We hadden zelfs een wethouder, Laurens Ivens in ons midden.









                       
Het eerste jaar was een enerverend jaar. Er kwamen steeds weer nieuwe groepen mensen een kijkje nemen in onze hof, variërend van architecten tot dominees en kerkmensen uit binnen en buitenland. En ondertussen waren wij druk bezig een gemeenschap te vormen met elkaar. Wonderwel bleken we goed bij elkaar te passen.
Helaas moesten we van drie bewoners afscheid nemen, maar er zijn weer nieuwe bewoners bijgekomen: twee stellen zijn gaan samenwonen en een stel is getrouwd. Daarvoor was de Augustanahof een trouw-locatie geworden (en dat blijven we de komende 4 jaar).


Van begin af aan waren er vespers op zondagavond. Inmiddels heten ze - door wijziging van de aanvangstijd - avondgebed. Om elkaar beter te leren kennen bereidde in het voorjaar van 2018 iedereen een keer een dienst voor met een (gedeelte van) het eigen levensverhaal. Daar is een boek (alleen voor de hofbewoners) van samengesteld. Ieder jaar is er een hofuitje waarbij we ook de onderlinge samenhang en samenwerking bespreken.

De eerste zondag van de maand eten of vergaderen we. Iedere donderdagochtend drinken we met elkaar en met mensen uit de buurt koffie. Iedere donderdagavond wordt er door twee vrijwilligers een Eetgroep Erasmus georganiseerd, daar komen 30 tot 50 mensen op af die een driegangenmenu voorgeschoteld krijgen voor 5,50 euro
Regelmatig zijn er spelletjesmiddagen of -avonden en kijken we film.
Er is een voorleeslunch geweest en een pubquiz. Er was bibliodrama en er werden buurtmaatjes opgeleid. We hebben regelmatig muziekavonden en een aantal keren een toneelvoorstelling.
Er worden een paar keer per jaar workshops gegeven, zoals een bierproeverij of koken in de vastentijd. Er zijn verschillende hofbewoners die een buurtwandeling organiseren.
Er is een mogelijkheid om samen met iemand van de hof een bijzondere taart te bakken.
Ook hebben we inmiddels een boekenkastje voor ruilboeken.


Rond de feestdagen komen we samen. In de adventstijd wordt 'A Christmas Carol' van Charles Dickens voorgedragen door Marinus. In de 40 dagen tijd eten we iedere vrijdag vastensoep met recepten uit het kookboek 'Hemelse spijzen'.


De tuin, een stiltetuin die open is voor de buurt, is flink aangepakt en is inmiddels een soort oase in Bos en Lommer.


Veel mensen die komen kijken in de hof zijn onder de indruk, niet alleen van het gebouw maar vooral van het idee van samen wonen onder één dak en omzien naar elkaar en naar de buurt. Zelfs Thijs van de Brink (van de EO) kwam bij ons op bezoek met een filmploeg en had er wel oren naar om in de toekomst in zo'n soort hof te gaan wonen.
Binnenkort verwelkomen wij onze 21e hofbewoonster.





















25 februari 2020

Ruim 3 jaar geleden postte ik de laatste blog over 'de benen nemen' (zie januari 2017).
En toen werd het heel stil.

Ik heb ook inderdaad de benen genomen, want verhuisde van Purmerend naar Amsterdam. Een overstap die onze stoutste verwachtingen overtrof. Na 25 jaar Purmerend heerlijk weer terug in Amsterdam waar ik in 1982 vanuit het ouderlijk huis naar toe vertrok en tot 1992 woonde. In Purmerend heb ik gestudeerd, gewerkt, kinderen gekregen, gescheiden, opnieuw getrouwd, nog harder gewerkt tot het januari 2013 niet meer ging. Afgekeurd, verhuisd naar een flat waar we erg geleden hebben onder geluidsoverlast van de bovenburen, gezocht naar een ander huis en gestuit op een prachtig project van de Lutherse diaconie in hartje Bos en Lommer: de ombouw van een kerk tot een hof, een woongemeenschap waar wij inmiddels al bijna 3 jaar deel van uitmaken. In een apart verhaal vertel ik meer over onze Augustanahof. 
Nu meer over mijn ziekte, want dat proces heeft uiteraard niet stil gestaan.

Nog steeds 'draai ik' op de 640G die ik mei 2015 introduceerde. Inmiddels ben ik bijna 8 jaar aan de pomp en sinds een paar jaar aan de sensor. De gemiddelde bloedsuikers zijn aanmerkelijk verbeterd, maar toch zijn er nog steeds bizarre uitschieters, met name naar boven, die maar met heel veel moeite naar beneden te krijgen zijn. Sinds enige tijd gebruik ik dan ook een nieuwe insuline: Fiasp, die nog sneller werkt dan Novorapid. Het scheelt in de snelheid van suikerdalingen naar mijn idee niet veel, maar toch. Dat maakt dat het beeld van 24 uur bloedsuikers er soms uitziet als een puntige bergketen:



Terwijl ik zo graag een strakke rechte lijn zou hebben zoals deze op de foto linksonder:






Maar dan rond de 7,4 - de zeer gewenste normo-glycemie (de glycemische norm), zoals dat vroeger werd genoemd, zie foto rechtsboven. Overigens zakte ik na de 7,4 na bezoek aan de kaakchirurg, de trombosedienst en de apotheek weer af naar 3,9, terwijl ik wel een boterham gegeten had onderweg.
Maar goed, zo is het dus.

Maar nu komt het: binnenkort krijg ik een nieuwe pomp: de Minimed 670G. In feite klopt het niet dat ik de 7,4 een normo-glycemie noemde, want met mijn huidige pomp is dat 6,4 (vandaar de naam 640G) en het nieuwe streefgetal van de bloedsuiker wordt dus 0,3 punten hoger: 6,7.
De nieuwe pomp is revolutionair te noemen, een opmaat naar een kunstmatige alvleesklier, zoals die wordt ontwikkeld door Robin Koops.
Met de 670G van Medtronic gaat de pomp in nauwe samenwerking met de sensor insuline toedienen, zonder dat je er zelf op hoeft te letten. Dat is althans de bedoeling. Het lijkt een beetje op een zelfrijdende auto, waar ik mijn bedenkingen bij heb. Die heb ik ook wat betreft de nieuwe pomp, hoewel die zeer geprezen wordt, juist door mensen die net als ik veel uitschieters naar boven hebben.

Maar nu komt het opnieuw: op veel momenten werkt mijn sensor niet goed. Hij slaat of niet aan of zit er behoorlijk naast. Twee voorbeelden hieronder: op de linker foto zie je hoe hij een soort heuvellandschap aangeeft, waaruit je kunt opmaken dat de sensor niet adequaat reageert, dus niet goed werkt. Op de rechter foto's  zie je dat hij 8,3 aangeeft met daling, terwijl de bloedsuiker op dat moment 11 is. Gelukkig merk je al kort nadat je een sensor aanbrengt of hij wel of niet goed werkt.



Om helemaal blind te moeten varen op de sensor geeft mij het gevoel te moeten gaan zitten in een zelfrijdende auto met een blinddoek om.
Maar toch ben ik wel  heel erg gemotiveerd om die nieuwe pomp te gaan gebruiken. Juist omdat die uitschieters naar boven door mij nauwelijks goed te reguleren zijn. Ondanks mijn scepsis kijk ik dus zeker uit naar de nieuwe pomp. Waarover een volgende keer meer.



















dinsdag 17 januari 2017

De benen nemen

Wat kunnen bepaalde uitdrukkingen toch grappig zijn, vooral als ze voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Zoals 'de benen nemen'.
Letterlijk kwam ik - omdat ik aan het archiveren ben, mijn benen tegen op oude foto's van 1974, genomen toen het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU) voor een deel resideerde aan de Catharijnesingel. Daar moest ik verschijnen voor de ziekenhuis-fotograaf en met de benen bloot in mijn geval. Aanleiding: subcutane dystrofie of lipoatrofie, ofwel: het verdwijnen van onderhuids vetweefsel als reactie op (varkens-)insuline. Een specialist van het AZU had een methode ontwikkeld om de atrofie weer te herstellen. Met behulp van zuivere (zuiverder dan de varkens-) insuline leerde ik intracutaan de insuline inspuiten in de aangedane plekken. Het staat er simpel, maar het was een zeer pijnlijke aangelegenheid. Bij het intracutaan inspuiten ontstonden er bulten insuline die vervolgens weer zachtjes glad gemasseerd moesten worden. En dat gebeurde allemaal in 'Bosch en Duin', waar een kindertehuis voor diabeten gevestigd was. Om goed begeleid te worden en goed ingesteld, verbleef ik ruim 6 weken in dat tehuis. Heb er veel lol gemaakt met de andere diabeetjes, maar had ook vreselijke heimwee naar huis. Overigens hield ik er wel een bijzonder diploma aan over én een plaatsing van de foto's van mijn benen (voor en na de behandeling) in een medisch tijdschrift (Treatment of Insulin-induced Lipoatrophy, november 1978, S.G.TH. Hulst). Ik vond het jammer dat mijn naam daar niet bij vermeld stond. Tja, waar je je als kind druk over maakt.





Nu ik er weer over nadenk, was het toch bijzonder dat ik al na drie jaar diabeet zijn mijn eerste complicatie te pakken had. Gelukkig is het helemaal goed gekomen met de 'kuilen' in mijn benen en ook armen. Al blijven het gevoelige plekken.

De benen zijn nadien vele wegen gegaan.
Ze zijn op veel plaatsen gekomen en ik heb ze ook vaak weer (mee-)genomen. Bah, flauw.

Morgen is het 46 jaar geleden dat ik bij de schoolarts te horen kreeg dat ik leed aan diabetes mellitus.
De eerste gedachte was: 'Ik ga dood!'
Dat is tot op heden nog niet gebeurd, maar de bewuste benen hebben wel bovenmatig veel te lijden gekregen van deze aandoening.
De neuropathie begon al na tien jaar in 1984 toe te slaan, toen ik bij de huisarts kwam met een verhaal over tintelingen in de handen en voeten en andere vage klachten. Ik werd naar huis gestuurd met een folder over hyperventileren. Kwaad was ik, dat ik nu ook nog last had van zo'n welvaartsziekte. In de folder werd precies vermeld hoe zo'n hyperventilatie-aanval verliep. Ik deed het na en kreeg er bijna een, maar wist toen zeker dat ik geen last had van hyperventilatie. Mijn klachten waren anders.
Dus door naar de internist en door naar de neurologie-afdeling, waar een arts toevallig (toevallig?) bezig was met een promotie-onderzoek naar de vermindering van neuropatische klachten door een betere regeling van bloedsuikers middels een insulinepomp.
Ik ging het traject in en werd uiteindelijk ook in het VU-medisch centrum 'tentoongesteld' als voorbeeld-diabeet in een zaal vol artsen.
Notabene!
Achteraf gezien is dat wel wat wrang, aangezien de neuropathie er uiteindelijk voor gezorgd heeft dat ik afgekeurd werd.
Overigens werd ik in hetzelfde ziekenhuis ruim 10 jaar later wéér 'tentoongesteld', dit keer aan aankomende artsen met in mijn armen mijn zojuist geboren zoon Jannes.

En nu, komend jaar gaan we letterlijk de benen nemen!
Na 25 jaar Purmerend ga ik weer 'back to the city, where the neonlights shine pretty all day long' (Janis Ian).
Het diploma van Bosch en Duin gaat gearchiveerd en wel mee, samen met de foto-benen uit 1974.


En morgen natuurlijk een klein feestje vanwege het 46 jaar diabeet zijn. Misschien met een waanzinnig grote slagroomtaart?  Dat nam ik me voorgaande jaren altijd voor, maar het kwam er niet van, want ik hou helemaal niet van taart!











woensdag 12 oktober 2016

Afwasmiddel voor hypo's

Was bij een grote kleingrutter en zag daar een - zo leek het - speciaal voor diabeten ontwikkeld afwasmiddel met de naam hypo.
Hypo is een Grieks voorvoegsel en betekent zoiets als: naar onder dalen.
Hypoglycaemie is een diabeten-term en betekent ziekelijk dalende bloedsuikerspiegel.
Conclusie:
Aankoop van dit afwasmiddel leidt dus:
1 tot ziekelijk dalende bloedsuikerspiegels of
2 de fles is binnen no time leeg.