dinsdag 25 februari 2020

De Augustanahof


Begin 2016 hoorden we over een project van de Lutherse Diaconie van Amsterdam, namelijk de verbouwing van de Augustanakerk tot een hof. De diaconie was op zoek naar mensen die in die hof samen met anderen een woongemeenschap wilden vormen met het motto: omzien naar elkaar en naar de buurt.
We waren meteen enthousiast. Marinus schreef een soort sollicitatiebrief en we werden 'aangenomen'. Marinus werd zelfs kwartiermaker, dat wil zeggen dat hij in de aanloop naar de totstandkoming van de hof met een klein groepje zou bespreken hoe dat wonen vorm gegeven zou worden. Er werden jaarritmes bedacht en leefregels samengesteld. En we gingen tijdens de verbouwing vaak kijken hoe  de vorderingen waren.


Begin juli 2017 verhuisden we naar de Augustanahof, midden in Bos en Lommer, pal naast de Erasmusgracht en het Erasmuspark. Binnen een paar maanden werden de 16 huizen van de hof bewoond door 17 mensen, waaronder één gast. Het is de bedoeling dat we via de organisatie Spirit iedere 9 maanden een jongere in ons midden hebben, die begeleid wordt op weg naar zelfstandig wonen. Momenteel woont de derde gast in ons midden.

De Hof werd op 23 september 2017 geopend onder grote belangstelling. We hadden zelfs een wethouder, Laurens Ivens in ons midden.









                       
Het eerste jaar was een enerverend jaar. Er kwamen steeds weer nieuwe groepen mensen een kijkje nemen in onze hof, variërend van architecten tot dominees en kerkmensen uit binnen en buitenland. En ondertussen waren wij druk bezig een gemeenschap te vormen met elkaar. Wonderwel bleken we goed bij elkaar te passen.
Helaas moesten we van drie bewoners afscheid nemen, maar er zijn weer nieuwe bewoners bijgekomen: twee stellen zijn gaan samenwonen en een stel is getrouwd. Daarvoor was de Augustanahof een trouw-locatie geworden (en dat blijven we de komende 4 jaar).


Van begin af aan waren er vespers op zondagavond. Inmiddels heten ze - door wijziging van de aanvangstijd - avondgebed. Om elkaar beter te leren kennen bereidde in het voorjaar van 2018 iedereen een keer een dienst voor met een (gedeelte van) het eigen levensverhaal. Daar is een boek (alleen voor de hofbewoners) van samengesteld. Ieder jaar is er een hofuitje waarbij we ook de onderlinge samenhang en samenwerking bespreken.

De eerste zondag van de maand eten of vergaderen we. Iedere donderdagochtend drinken we met elkaar en met mensen uit de buurt koffie. Iedere donderdagavond wordt er door twee vrijwilligers een Eetgroep Erasmus georganiseerd, daar komen 30 tot 50 mensen op af die een driegangenmenu voorgeschoteld krijgen voor 5,50 euro
Regelmatig zijn er spelletjesmiddagen of -avonden en kijken we film.
Er is een voorleeslunch geweest en een pubquiz. Er was bibliodrama en er werden buurtmaatjes opgeleid. We hebben regelmatig muziekavonden en een aantal keren een toneelvoorstelling.
Er worden een paar keer per jaar workshops gegeven, zoals een bierproeverij of koken in de vastentijd. Er zijn verschillende hofbewoners die een buurtwandeling organiseren.
Er is een mogelijkheid om samen met iemand van de hof een bijzondere taart te bakken.
Ook hebben we inmiddels een boekenkastje voor ruilboeken.


Rond de feestdagen komen we samen. In de adventstijd wordt 'A Christmas Carol' van Charles Dickens voorgedragen door Marinus. In de 40 dagen tijd eten we iedere vrijdag vastensoep met recepten uit het kookboek 'Hemelse spijzen'.


De tuin, een stiltetuin die open is voor de buurt, is flink aangepakt en is inmiddels een soort oase in Bos en Lommer.


Veel mensen die komen kijken in de hof zijn onder de indruk, niet alleen van het gebouw maar vooral van het idee van samen wonen onder één dak en omzien naar elkaar en naar de buurt. Zelfs Thijs van de Brink (van de EO) kwam bij ons op bezoek met een filmploeg en had er wel oren naar om in de toekomst in zo'n soort hof te gaan wonen.
Binnenkort verwelkomen wij onze 21e hofbewoonster.





















25 februari 2020

Ruim 3 jaar geleden postte ik de laatste blog over 'de benen nemen' (zie januari 2017).
En toen werd het heel stil.

Ik heb ook inderdaad de benen genomen, want verhuisde van Purmerend naar Amsterdam. Een overstap die onze stoutste verwachtingen overtrof. Na 25 jaar Purmerend heerlijk weer terug in Amsterdam waar ik in 1982 vanuit het ouderlijk huis naar toe vertrok en tot 1992 woonde. In Purmerend heb ik gestudeerd, gewerkt, kinderen gekregen, gescheiden, opnieuw getrouwd, nog harder gewerkt tot het januari 2013 niet meer ging. Afgekeurd, verhuisd naar een flat waar we erg geleden hebben onder geluidsoverlast van de bovenburen, gezocht naar een ander huis en gestuit op een prachtig project van de Lutherse diaconie in hartje Bos en Lommer: de ombouw van een kerk tot een hof, een woongemeenschap waar wij inmiddels al bijna 3 jaar deel van uitmaken. In een apart verhaal vertel ik meer over onze Augustanahof. 
Nu meer over mijn ziekte, want dat proces heeft uiteraard niet stil gestaan.

Nog steeds 'draai ik' op de 640G die ik mei 2015 introduceerde. Inmiddels ben ik bijna 8 jaar aan de pomp en sinds een paar jaar aan de sensor. De gemiddelde bloedsuikers zijn aanmerkelijk verbeterd, maar toch zijn er nog steeds bizarre uitschieters, met name naar boven, die maar met heel veel moeite naar beneden te krijgen zijn. Sinds enige tijd gebruik ik dan ook een nieuwe insuline: Fiasp, die nog sneller werkt dan Novorapid. Het scheelt in de snelheid van suikerdalingen naar mijn idee niet veel, maar toch. Dat maakt dat het beeld van 24 uur bloedsuikers er soms uitziet als een puntige bergketen:



Terwijl ik zo graag een strakke rechte lijn zou hebben zoals deze op de foto linksonder:






Maar dan rond de 7,4 - de zeer gewenste normo-glycemie (de glycemische norm), zoals dat vroeger werd genoemd, zie foto rechtsboven. Overigens zakte ik na de 7,4 na bezoek aan de kaakchirurg, de trombosedienst en de apotheek weer af naar 3,9, terwijl ik wel een boterham gegeten had onderweg.
Maar goed, zo is het dus.

Maar nu komt het: binnenkort krijg ik een nieuwe pomp: de Minimed 670G. In feite klopt het niet dat ik de 7,4 een normo-glycemie noemde, want met mijn huidige pomp is dat 6,4 (vandaar de naam 640G) en het nieuwe streefgetal van de bloedsuiker wordt dus 0,3 punten hoger: 6,7.
De nieuwe pomp is revolutionair te noemen, een opmaat naar een kunstmatige alvleesklier, zoals die wordt ontwikkeld door Robin Koops.
Met de 670G van Medtronic gaat de pomp in nauwe samenwerking met de sensor insuline toedienen, zonder dat je er zelf op hoeft te letten. Dat is althans de bedoeling. Het lijkt een beetje op een zelfrijdende auto, waar ik mijn bedenkingen bij heb. Die heb ik ook wat betreft de nieuwe pomp, hoewel die zeer geprezen wordt, juist door mensen die net als ik veel uitschieters naar boven hebben.

Maar nu komt het opnieuw: op veel momenten werkt mijn sensor niet goed. Hij slaat of niet aan of zit er behoorlijk naast. Twee voorbeelden hieronder: op de linker foto zie je hoe hij een soort heuvellandschap aangeeft, waaruit je kunt opmaken dat de sensor niet adequaat reageert, dus niet goed werkt. Op de rechter foto's  zie je dat hij 8,3 aangeeft met daling, terwijl de bloedsuiker op dat moment 11 is. Gelukkig merk je al kort nadat je een sensor aanbrengt of hij wel of niet goed werkt.



Om helemaal blind te moeten varen op de sensor geeft mij het gevoel te moeten gaan zitten in een zelfrijdende auto met een blinddoek om.
Maar toch ben ik wel  heel erg gemotiveerd om die nieuwe pomp te gaan gebruiken. Juist omdat die uitschieters naar boven door mij nauwelijks goed te reguleren zijn. Ondanks mijn scepsis kijk ik dus zeker uit naar de nieuwe pomp. Waarover een volgende keer meer.



















dinsdag 17 januari 2017

De benen nemen

Wat kunnen bepaalde uitdrukkingen toch grappig zijn, vooral als ze voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Zoals 'de benen nemen'.
Letterlijk kwam ik - omdat ik aan het archiveren ben, mijn benen tegen op oude foto's van 1974, genomen toen het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU) voor een deel resideerde aan de Catharijnesingel. Daar moest ik verschijnen voor de ziekenhuis-fotograaf en met de benen bloot in mijn geval. Aanleiding: subcutane dystrofie of lipoatrofie, ofwel: het verdwijnen van onderhuids vetweefsel als reactie op (varkens-)insuline. Een specialist van het AZU had een methode ontwikkeld om de atrofie weer te herstellen. Met behulp van zuivere (zuiverder dan de varkens-) insuline leerde ik intracutaan de insuline inspuiten in de aangedane plekken. Het staat er simpel, maar het was een zeer pijnlijke aangelegenheid. Bij het intracutaan inspuiten ontstonden er bulten insuline die vervolgens weer zachtjes glad gemasseerd moesten worden. En dat gebeurde allemaal in 'Bosch en Duin', waar een kindertehuis voor diabeten gevestigd was. Om goed begeleid te worden en goed ingesteld, verbleef ik ruim 6 weken in dat tehuis. Heb er veel lol gemaakt met de andere diabeetjes, maar had ook vreselijke heimwee naar huis. Overigens hield ik er wel een bijzonder diploma aan over én een plaatsing van de foto's van mijn benen (voor en na de behandeling) in een medisch tijdschrift (Treatment of Insulin-induced Lipoatrophy, november 1978, S.G.TH. Hulst). Ik vond het jammer dat mijn naam daar niet bij vermeld stond. Tja, waar je je als kind druk over maakt.





Nu ik er weer over nadenk, was het toch bijzonder dat ik al na drie jaar diabeet zijn mijn eerste complicatie te pakken had. Gelukkig is het helemaal goed gekomen met de 'kuilen' in mijn benen en ook armen. Al blijven het gevoelige plekken.

De benen zijn nadien vele wegen gegaan.
Ze zijn op veel plaatsen gekomen en ik heb ze ook vaak weer (mee-)genomen. Bah, flauw.

Morgen is het 46 jaar geleden dat ik bij de schoolarts te horen kreeg dat ik leed aan diabetes mellitus.
De eerste gedachte was: 'Ik ga dood!'
Dat is tot op heden nog niet gebeurd, maar de bewuste benen hebben wel bovenmatig veel te lijden gekregen van deze aandoening.
De neuropathie begon al na tien jaar in 1984 toe te slaan, toen ik bij de huisarts kwam met een verhaal over tintelingen in de handen en voeten en andere vage klachten. Ik werd naar huis gestuurd met een folder over hyperventileren. Kwaad was ik, dat ik nu ook nog last had van zo'n welvaartsziekte. In de folder werd precies vermeld hoe zo'n hyperventilatie-aanval verliep. Ik deed het na en kreeg er bijna een, maar wist toen zeker dat ik geen last had van hyperventilatie. Mijn klachten waren anders.
Dus door naar de internist en door naar de neurologie-afdeling, waar een arts toevallig (toevallig?) bezig was met een promotie-onderzoek naar de vermindering van neuropatische klachten door een betere regeling van bloedsuikers middels een insulinepomp.
Ik ging het traject in en werd uiteindelijk ook in het VU-medisch centrum 'tentoongesteld' als voorbeeld-diabeet in een zaal vol artsen.
Notabene!
Achteraf gezien is dat wel wat wrang, aangezien de neuropathie er uiteindelijk voor gezorgd heeft dat ik afgekeurd werd.
Overigens werd ik in hetzelfde ziekenhuis ruim 10 jaar later wéér 'tentoongesteld', dit keer aan aankomende artsen met in mijn armen mijn zojuist geboren zoon Jannes.

En nu, komend jaar gaan we letterlijk de benen nemen!
Na 25 jaar Purmerend ga ik weer 'back to the city, where the neonlights shine pretty all day long' (Janis Ian).
Het diploma van Bosch en Duin gaat gearchiveerd en wel mee, samen met de foto-benen uit 1974.


En morgen natuurlijk een klein feestje vanwege het 46 jaar diabeet zijn. Misschien met een waanzinnig grote slagroomtaart?  Dat nam ik me voorgaande jaren altijd voor, maar het kwam er niet van, want ik hou helemaal niet van taart!











woensdag 12 oktober 2016

Afwasmiddel voor hypo's

Was bij een grote kleingrutter en zag daar een - zo leek het - speciaal voor diabeten ontwikkeld afwasmiddel met de naam hypo.
Hypo is een Grieks voorvoegsel en betekent zoiets als: naar onder dalen.
Hypoglycaemie is een diabeten-term en betekent ziekelijk dalende bloedsuikerspiegel.
Conclusie:
Aankoop van dit afwasmiddel leidt dus:
1 tot ziekelijk dalende bloedsuikerspiegels of
2 de fles is binnen no time leeg.


woensdag 13 juli 2016

The sensor makes not always sense

Gisteren was ik weer bij mijn diabetesverpleegkundige Belinda. Zij begeleidt mij nu al ruim 5 jaar en met steeds groter succes.
Dat was ooit wel anders, maar dat was dan ook in een tijdperk dat ik nog volop werkte en de diabetes 'erbij' deed - wat altijd tot abominabele resultaten leidde en uiteindelijk tot mijn afkeuring.
Sinds mijn internist voorstelde om toch de pomp weer te proberen, ging het beter.
Dat was in 2012.
Ooit in een ver verleden (de tachtiger jaren der vorige eeuw) schreef ik de voorloper van dit blog: 'Dagboek van een diabeet'. Daarin ging ik uitvoerig in op mijn haat-liefde verhouding met toenmalige pompen. Bij het eerste bezoek aan mijn internist had ik hem dat boek gegeven om een beeld te krijgen van mij als patiënt. Dat had hem op de gedachte gebracht dat ik nooit en te nimmer meer aan een pomp zou beginnen. Maar tijden veranderen en inzicht schrijdt voort.
Bovendien is de bandbreedte van mijn emotiewisselingen in de loop der tijd vermindert.
Wel een stuk rustiger zo.

Hoe dan ook: sinds april 2012 aan de pomp, sinds 2014 aan de sensor.
De fikse schommelingen in het begin werden gaandeweg minder.
Met de sensor leerde ik bijvoorbeeld meer naar trends kijken en minder naar ad hoc situaties, die altijd weer wisselen. Minder snel ingrijpen en het overzicht houden.
Allemaal prachtig en de gemiddelde bloedsuiker daalde behoorlijk, van HbA1c 11 naar 7.
In nieuwe cijfers: van 97 naar 53.
Sinds de nieuwste pomp gaat het nóg makkelijker. En daarop kan ik ook overzichten van iedere dag bekijken en daaruit conclusies trekken.

Met de overgang naar de nieuwste pomp (type 640G - lijkt wel een auto!) was er wel iets misgegaan. De contactpersoon van Medtronic had de pomp in april gekoppeld aan een nieuwe bloedsuikermeter. Ze had toen gezegd dat het opnieuw gedaan moest worden bij de diabetesverpleegkundige om goed te kunnen werken met het Carelink systeem - dat is het systeem wat Medtronic biedt om de pomp via de bloedsuikermeter uit te lezen en grafieken te bekijken op je computer waaruit je trends kunt afleiden.
Dat was ik vergeten.
Dus zaten Belinda en ik gisteren met Medtronic aan de telefoon om dat alsnog in orde te brengen.
Kleine impressie van Belinda aan de telefoon (heb toestemming de foto te plaatsen, omdat ze volgens zichzelf nooit goed op de foto staat - ik vind dat wel meevallen, maar dit terzijde) en de pomp en meter die elkaar zoeken, terwijl ze notabene naast elkaar liggen - oh oh oh techniek!


 

Over techniek gesproken . . .
Nadat ik bij Belinda was geweest ging het mis met de sensor.
Ook andere diabeten hadden eerder al problemen met sensoren.
Die registreren namelijk niet altijd optimaal.
Ik ben geen medicus of bioloog, maar kan als leek dat wel begrijpen, want de sensor is afhankelijk van de kwaliteit van de huid waaruit hij de suikers meet. En de ene huidplek is de andere niet. Ook daar kunnen fouten optreden.
En zulks gebeurde vannacht dus bij mij.
De sensor registreerde dat ik een hypo had en zette de basale toediening stil.
Het gevolg was dat de bloedsuiker vanmorgen was gestegen tot 18.
Ik zou op bezoek bij iemand, maar dat was geen doen.
Ik was kapot en ben het bed ingedoken tot één uur vanmiddag.
En weer lopen de sensormetingen en de bloedsuikers niet gelijk op.
Ik had hem tussen 9 uur en 13 uur basaal op 200% gezet en de sensor bleef volhouden dat ik een 'bloedsuiker' van 19 had, terwijl het in werkelijkheid 13 was, zie plaatje.


In die zin is de sensor dus niet in alle gevallen betrouwbaar.
Helaas.....the sensor makes not always sense.




zaterdag 25 juni 2016

De 640G draait goed

Schreef ik eerder nog over de insulinepomp 640G alsof het een gadget was die tot schier onmogelijke resultaten zou leiden, nu draag ik hem al een week of wat en ik kan niet anders zeggen dan dat-ie heel goed draait.
Boven verwachting.
Dat wil zeggen: wel mét een sensor natuurlijk.
Dat is die zaklamp waarover ik de vorige keer schreef.
Zonder dat blijft het modderen met lucifers (bloedsuikerstrips) die je meestal quasi geruststellen en dan uiteindelijk je niet kunnen helpen (doven) op de momenten dat het helemaal mis gaat.
De 640G stopt als je bloedsuiker te sterk daalt en ..... dat is veel belangrijker, want elke diabeet kent de enorme pieken na een hypo (= laag bloedsuiker) hij begint weer als de bloedsuiker gaat stijgen.
Ik ga nu met een gerust hart slapen met een laag bloedsuiker, want ik weet dat ik niet in een diepe hypo terecht kom. En vervolgens een hyper.
Zo zwalkte ik jaren heen en weer. En vele diabeten met mij.
En dan maar weer proberen voor elke ontregeleing een reden te zoeken, terwijl die vaak ver te zoeken is.

Naast het feit dat ik mag beschikken over die geweldige 640G mag ik ook al enige tijd een sensor gebruiken.
De betere bloedsuikers leidden wel tot een hoger gewicht.
En dat gewicht was al enige jaren stijgende.
Dus besloot ik het zogenaamde Banting-dieet te gaan volgen.
Dat wil zeggen: koolhydraat-zeer-arm, vet en eiwit rijk.

Het was bijna bizar om te zien wat voor effect dat had op de fraai vormgegeven grafiek van mijn 640G.
Normaal waren de grafieken met de weergegegen bloedsuikers behoorlijk grillig.
Nu niet meer.
Gisteren was mijn bloedsuiker in een rechte lijn van 8.4 gedurende 24 uur.
Abnormaal voor een diabeet die iedere koolhydraat moet bevechten met insuline = groeihormoon.
Niet meer als je koolhydraat-zeer-arm eet.
Dus geen brood.
Dus geen aardappels, rijst, pasta, etc.etc.
Maar wel eiwit en vetten.
En groen-voer - veel rauwkost.

Er is ooit een belachelijk onderzoek geweest naar slechte eetpatronen, waarvan de uitkomst was dat we massaal dood zouden gaan aan vetten en eiwitten. Pas op met eieren en dierlijke vetten was het relaas. De klojo die dat onderzoek deed, heeft alle andere onderzoeken die hem tegenspraken van tafel geveegd. Met alle gevolgen van dien.
Ik hoef niet persé veel vet en eiwit te eten.
Ik eet zeer graag noten en zaden en groenten en liefst rauw.
Maar koolhydraten zijn mijn vijand.
Suiker - in welke vorm ook - is echt wel mijn vijand.

Sinds ik koolhydraat-zeer-arm eet heb ik na een maaltijd geen gevoel meer dat ik het liefst een dutje zou doen. Of nog wat eten, terwijl ik echt vol zat.

The real meal revolution van Tim Noakes c.s. draaft wel weer wat door in de vetten, maar zet wel de trend die voor mij nu al een paar dagen zeer goed aanvoelt. En ik val af. Eindelijk.
Nu nog meer bewegen.
Met minder gewicht gaat dat makkelijker.





maandag 28 maart 2016

Geef ons gewoon een zaklamp


Vandaag had ik – ondanks mijn sensor – een ik-ga-lekker-flink-de-hoogte-in bloedsuikerdag. We hadden bezoek, dus we hadden vlaai bij de koffie, waar ik een miniem stukje van nam en voor bijspoot. We hadden – vanwege Pasen- ragoût in pastei-bakjes in de vorm vasn paashaasjes, waar ik eveneens extra insuline voor spoot. We hadden afbakbroodjes, waar ik weer insuline voor bijspoot.

De suiker was vanmorgen al hoger dan normaal en misschien kwam de stijging omdat ik de laatste weken koolhydraat-arm en zelfs bijna koolhydraat-vrij eet en werkten de koolhydraten extra. In ieder geval bleef de suiker stijgen tot bijna 20. Toen ben ik even gaan liggen met 2 paracetamol, want de pijn in mijn door neuropathie aangedane voeten-benen en handen-armen was niet te harden. Wel was ik blij dat de sensor duidelijk aangaf dat het de verkeerde kant op ging.

Iedere diabeet moet eigenlijk een sensor hebben,

In het maandblad Bloedsuiker van maart 2016 schreef Maaike Helmer een prachtige column waarom naar mening iedere diabeet zo’n sensor zou moeten hebben. Ze doet dat met zo’n prachtig beeld, dat ik haar woorden graag in mijn weblog overneem. Het beeld spreekt me aan omdat ik zelf ooit in een grote pastorie woonde waar ik vele nachten naar beneden moest om hypo’s of hypers op te lossen. Hier volgt de column van Maaike Helmer:

Waarom de sensor vergoed moet worden

Sinds kort heb ik een sensor, mijns inziens dé revolutie op het gebied van diabetes. Ik ben er oprecht van overtuigd dat sensoren een boel korte termijn ongemak en lange termijn complicaties kunnen voorkomen. Bear with me.

Helaas wordt mijn sensor niet vergoed, maar laat me uitleggen waarom ik vind dat dit wel zou moeten. Ik zie het zo.  
Vergelijk diabetes met een huis waar de stroom is uitgevallen. En jij wilt van de bovenetage naar de benedenetage. Je hebt een beperkte hoeveelheid lucifers, want van de verzekering mag je er maar een paar per dag. Je stapt allereerst (natuurlijk) op een Legoblokje (lees: een nachtelijke hypo), dus je steekt de eerste lucifer (meetmoment) op. De tweede gebruik je om het begin van de trap te vinden (lees: je nuchtere suiker), je wilt niet meteen al je nek breken. Je huis is nogal groot. En oh, hadden we je al verteld dat de etages onverwacht van plek kunnen wisselen en de kamers ook?
Ja, complicerende factor.
Diabetes is ook niet elke dag hetzelfde en soms heb je werkelijk geen idéé waar een suiker vandaan komt (soms wel, maar kun je er moeilijk op anticiperen want: je ziet alleen de momentopname, geen totaalbeeld).
Goed.
Halverwege de trap (dag) steek je dus weer een lucifer op en je komt erachter dat je in een trappenhuis a la Escher (lees: onverklaarbare suikers) terecht bent gekomen; trappen lijken op niets uit te komen en de logica ontbreekt. Snel neem je alle informatie in je op en probeer je er soep van te maken. Maar nee, je komt er niet uit. Voor deze situatie heb je een paar lucifers nodig.

Iemand (de verzekering) schreeuwt ondertussen in je oor: ‘Zeg, heb jij écht zoveel lucifers nodig?’
Je schreeuwt ‘ja!’ terug, maar voelt je schuldig, ook al weet je dat je anders doodvalt op korte termijn (coma, either way) of op lange termijn aan de complicaties van diabetes en daar heeft ook niemand wat aan.

Op goed geluk ga je verder. Het volgende lucifermoment is ergens in de gang, op de overloop.
Zo.
Je weet nu in elk geval dat je op de overloop (een stabiele suiker!) bent.
Ah, en daar is de volgende trap (rest van de dag). Je lucifer is uit en al snel donder je een paar treden naar beneden. Waar ben je? Uiteindelijk kom je met je laatste lucifer aan bij de voordeur, waar je de stop kunt vervangen (helaas gebeurt dat laatste diabetestechnisch gezien nooit; de volgende dag heb je gewoon nog steeds diabetes en sta je weer bovenaan de trap, vlak voor je eventuele Legoblokje.

Goed. Nu de situatie met de sensor:
Je staat boven aan de trap.
Je hebt een zaklamp.
Ja, het huis is nog steeds groot. En ja, nog steeds zijn er Escheriaanse toestanden. Maar je kunt vooruitkijken in het huis (met de pijltjes die tijdens je meetmomenten aangeven of je – snel – stijgt dan wel daalt) en anticiperen. Je kunt achteruitkijken in het huis (grafieken die je suikers bijhouden) en analyseren. Er zullen momenten zijn dat je nog steeds in het vreemde huis verdwaalt, maar je hebt een zaklamp.
Je hebt een fokking zaklamp!
Door die zaklamp is het risico om je voet te kneuzen (lees: tijdelijk ontregeld te zijn) of je nek te breken (lees: lange termijn gevolgen van diabetes) doordat je een misstap maakte – omdat je bijna niks kon zien! - toch opeens een stuk minder groot.
Door die zaklamp leveren mensen met diabetes uiteindelijk minder kosten voor de volksgezondheid op dan met lucifers.
Geef ons gewoon een zaklamp.

Maaike Helmer (34) is freelance journalist voor veel publieksbladen (zoals Cosmopolitan en Margriet) en werkt als copywriter voor diverse merken (Bloedsuiker, maart 2016)