Niet is het gebrek
ooit in begrip te vangen
niet staat de wanhoop
ooit los van het verlangen
wat breekt is het inzicht
in de begrenzing
en verdriet is de traan niet
de vloek niet de verwensing
wat leeft is wat kantelt
wat kantelt heeft spankracht
maar wat buigt en wat losschiet
waar komt het ooit neer?
Dit gedicht is onderdeel van een cyclus gedichten dat ik in 1988 aan het schrijven was, terwijl ik schreef aan mijn boek Dagboek van een diabeet. Nu zijn we 26 jaar later en lees ik in dat dagboek hoe ik toen aankeek tegen mogelijke complicaties die ik nu ervaar.
Het is vandaag 43 jaar geleden dat 'mijn' diabetes werd ontdekt. Hieronder enkele citaten uit mijn dagboek die ik inkortte en die verwijzen naar het bovenstaande gedicht.
- Niet is het gebrek ooit in begrip te vangen -
Ik kan nog zoveel woorden geven aan mijn ziekte, maar de toehoorder kan het nooit helemaal in zijn begrip 'vangen'. Er blijft altijd een dode ruimte over, daar waar je zelf moet vechten om het gebrek onder ogen te zien.
- Niet staat wanhoop ooit los van het verlangen -
Door de diabetes word ik meer geconfronteerd met wat ik níet kan (bv het bereiken van het perfecte bloedsuiker-evenwicht) dan wat ik wél kan en vooral dat wat ik wél wil. Ik ga alles als het ware zien door het oog van de naald, de insuline-naald, de bloedsuikernaald.
Het verlangen om als mens een zo normaal mogelijk (en misschien zelfs gelukkig) leven te leiden wordt steeds weer overschaduwd door de wetenschap dat het fout gaat (op korte termijn: hypo's, hypers) en nog fouter kan gaan (op lange termijn: complicaties).
- Wat breekt is het inzicht in de begrenzing -
Ieder mens ziet op zeker moment kruisjes op zijn weg, het zwaard van Damocles. Bij diabetes is iedere bloedsuiker (al dan niet gemeten) een voorschot op de toekomst. Alles telt mee voor het eindresultaat, je eigen pensioenfonds als het ware. Hoe wil je oud worden? Met allerlei extra gebreken of zonder dat?
En mocht het zo zijn dat je toch gebreken krijgt, ondanks al je inzet, hoe ga je daar dan mee om? Dat is het nadeel van veel (moeten) weten over je ziekte.
Mijn vader schafte enige tijd geleden een bloeddrukmeter aan om zijn (te hoge) bloeddruk zelf in de gaten te kunnen houden. Frappant was dat hij toen pas begreep hoe het voor mij was om telkens geconfronteerd te worden met de wisselende bloedsuikers. Hij vertoonde dezelfde reacties als ik op zijn onverwachte bloeddruk-hoogten : hoe kan dit nu? Hoe is het mogelijk! Wat heb ik nu weer verkeerd gedaan?
- Verdriet is de traan niet, de vloek niet de verwensing -
Het 'normale' leven dat door veel mensen geleid wordt, die niet rekening hebben te houden met een verstoorde functie van een bepaald orgaan, is niet weggelegd voor diabeten. Je krijgt met zoveel rompslomp te maken. Er gaat zoveel tijd op, niet alleen aan het iedere dag bloedprikken en aanpassen van insuline aan koolhydraten, maar ook aan het bezoeken en consulteren van de vele hulpverleners (medisch en paramedisch) die nodig zijn bij/voor de ziekte diabetes. Aan artsen zijn dat er 5: huisarts, internist, oogarts, cardioloog, neuroloog. Paramedisch zijn het er 5-6 : diabetes-verpleegkundige, pedicure, uit de afdeling fysiotherapie twee, nl. manuele therapie en mensendieck-therapie, dietiste, podoloog. En dan moet ik ook nog 2 maal per jaar naar de tandarts, als ieder mens en soms naar de gynaecoloog, als iedere vrouw. Gemiddeld ben ik toch één werkdag per twee weken met diabetes bezig (Tegenwoordig in 2014 is dat beduidend meer! En gelukkig woon ik tegenwoordig dichtbij het ziekenhuis. Vroeger toen ik nog naar de VU ging kwam er veel reistijd bij.) Dit alles bij elkaar: levert het iets op? Word je er beter van?
Was het maar zo. Soms lijkt het wel of je ervoor gestraft wordt veel met de diabetes bezig te zijn. En dan kun je huilen, dat lost het verdriet niet op. En je kunt schelden, vloeken zelfs, je kunt het verschijnsel ver-wensen, maar het blijft je toch op de hielen zitten.
- Wat leeft is wat kantelt
wat kantelt heeft spankracht
maar wat buigt en wat losschiet
waar komt het ooit neer? -
Misschien is het positieve bij dit alles het feit dat je op moeilijke momenten blijkt te beschikken over een hoop moed om de dingen toch zó te keren dat ze een vollediger mens van je maken.
Het kantelen van verdriet naar blijdschap. Iedere ziekte vergt grote spankracht van een mens. En dat roept het ook op in jezelf. Een grote wilskracht, een groot doorzettingsvermogen, een zo groot mogelijke positieve instelling ondanks tegenslagen. En vooral de moed om een onzekere toekomst tegemoet te treden zonder ten onder te gaan aan zelfmedelijden en passiviteit.
- Waar komt het ooit neer? -
Geen mens weer hoe zijn leven ten einde zal lopen. Geen mens kan zich echt voorbereiden op het sterven. Maar het sterven van dag tot dag omdat er pijn en/of verdriet plaatsneemt in je dagelijks bestaan, kun je proberen te 'bevechten'. Misschien moet ik op momenten dat het goed gaat ergens opschrijven hoe dat voelt, zodat ik het kan nalezen op de momenten dat het grondig misgaat. Want dan zoek ik vaak tot overmaat van ramp nogal eens 'heil' in trieste muziek en onheilspellende gedachten.
En dit alles schreef ik in 1988 (met wat voetnoten erbij van 2014).
Ontroerend om te lezen hoe ik toen al op het spoor zat van positief (willen) denken. Twee jaar na dit schrijven kreeg ik mijn eerste complicatie: oogklachten en een lange reeks zeer pijnlijke laserbehandelingen.
Nu terugkijkend op de afgelopen 26 jaar zie ik ook dat mijn enorme wilskracht en doorzettingsvermogen ten koste zijn gegaan van mijn lichamelijk welzijn. Ik ben vaak mezelf voorbij gelopen. De geest ging voorop, het lichaam sleepte ik aan een rafelig touw als een schurftige hond achter me aan. Dat kan nu niet meer. Het lichaam heeft mij teruggefloten.
Er past vandaag bij dit verhaal maar 1 muzieknummer van mijn eerste grote liefde op muziekgebied: Gilbert O'Sullivan, Nothing rhymed. Met als sleutelteksten: This feeling inside me could never deny me the right to be wrong if I choose . . .
http://www.youtube.com/watch?v=ThfjiWPIrdE
zaterdag 18 januari 2014
maandag 23 december 2013
PIJN!
“Het lichaam dient het IK,
onopvallend, bescheiden, achter de coulissen. Maar niet zodra treedt er pijn op
of de verhouding tussen IK en lichaam worden omgedraaid. Het lichaam legt zijn
bescheidenheid af. Het stelt zich op tegenover het IK. Het terroriseert het IK.”
(*)
Dat terroriseren door pijn
heb ik de afgelopen 12 dagen meegemaakt.
Wat op donderdag 12
december begon als een vervelende rugpijn groeide al snel uit tot een helse
pijn in de rechterbil, met uitstraling totaan de tenen toe. Geen beweging kon
worden gemaakt zonder pijn. Liggen deed pijn, zitten, lopen, staan en hangen over een
meubelstuk eveneens.
Vanaf vrijdag 13 december
sliep ik vijf nachten achtereen niet, overdag doorsukkelend met hazeslaapjes
en hangen in de bureaustoel – iets achterover gekanteld, dat was de enige optie
om het niet uit te schreeuwen van de pijn.
De pijnstillers, totaan
morfine toe, konden de pijn niet dempen.
Eten stond me tegen, alles
stond me tegen.
De suikers sprongen telkens
omhoog en kon ik alleen in bedwang houden door telkens bij te bolussen,per dag
zo’n 10-12 keer meten en bijsturen.
Zondag ochtend belde ik radeloos
de doktersdienst. Ik kon medicijnen halen. Een gemeentelid (arts)kwam kijken en raadde
dat ook aan, plus veel rust. Maar hoe kun je rusten met
zoveel pijn?
Maandagochtend belde ik
radeloos de huisarts die rond 12 uur kwam. Zelfde verhaal. Zwaardere
pijnstiller met morfine – hielp niet.
Dinsdagochtend belde ik
opnieuw: ik wil naar het ziekenhuis – als het een hernia is, dan kan daar
mogelijk iets aan gedaan. Dit is geen harden.
Dus naar het ziekenhuis en
al snel een MRI. Begin van de avond uitslag: geen hernia. Maar wel nog steeds
die helse pijn. Nacht in het ziekenhuis: horror! Ieder kwartier dacht ik
(hoopte ik) dat er een uur voorbij was. De nacht duurde 10 x langer dan thuis:
afschuwelijk.
Volgende ochtend wilde ik
naar huis maar mocht niet, vanwege te dun bloed: 8
i.p.v. de 2-3 die het moet zijn. “Je bent bijna vloeibaar,” zei broer Willem. Ook mijn bloeddruk was te
hoog. Wat wil je, onder deze omstandigheden?
Ik ging toch, zei ik.
Fysiotherapeute erbij. Of
ik kon lopen en trap op en af kon. Dat kon ik.
“U bent iemand die liefst
gewoon doorgaat,” zei ze. “Maar nu moet u echt rustig aan doen en tijd nemen.”
Zij legde uit dat mijn rechterbeen bil
spier tijdenlang als het ware een vuist gemaakt heeft die verkrampte en de
zenuw aantastte. Het gaat over, maar het
heeft tijd nodig.
Pffffff
Naar huis in een prachtige
auto, dankzij een ander gemeentelid!
En nu, vijf dagen verder,
trekt de pijn zich langzaam terug tot de plekken waar hij zich normaal ophoudt:
in de periferie van de armen en benen. Ik kon vannacht zelfs weer op mijn zij liggen.
Nu maar hopen dat het lichaam het IK weer meer en meer onopvallend, bescheiden,
achter de coulissen gaat dienen de komende tijd.
“Het pijnbeleven speelt zich niet af aan de rand van het bestaan. Het pijnbeleven tast het bestaan in zin kern aan.” (*)
“Het pijnbeleven speelt zich niet af aan de rand van het bestaan. Het pijnbeleven tast het bestaan in zin kern aan.” (*)
(*)Uitspraken van Willem
Metz (1909-1995), huisarts en hoogleraar medische filosofie uit zijn boek ‘Pijn,
een teer punt’, genoemd in mijn boek ‘Dagboek van een diabeet’.
donderdag 14 november 2013
Werelddiabetesdag
Vandaag
is het werelddiabetesdag: 14 november, vanwege de geboortedatum van Frederick
Banting (1891-1941), één van de twee ontdekkers van insuline.
Die dag kan ik me nog als gisteren herinneren. Onze samenleving was al door het uitroepen van de noodtoestand een chaos geworden. Niemand wist waar hij aan toe was. Plotseling, omstreeks het middaguur, vond er een enorme beving plaats in de atmosfeer. Huizen stortten in. Sommige eilanden werden door een vloedgolf volledig weggevaagd. Overal huilende kinderen, vrouwen en ook mannen. Mijn medebewoners probeerden, waar nodig, hulp te bieden.
(*) Van het boek 'Dagboek van een diabeet' heb ik nog enkele exemplaren over voor belangstellenden.
(**)
18 januari 1971 was de dag dat ontdekt werd dat ik diabetes mellitus type 1
had.
Schoolfoto genomen in 1971. Ik woog 29 kilo.
In
mijn boek ‘Dagboek van een diabeet’ (*) schreef ik ooit een verhaal over Hans Langerhans.
Ik voerde hem op als inwoner van één van de eilanden van Langerhans, die in
1970-1971 te maken kreeg met grote problemen als gevolg van de diabetes
mellitus die in die periode zich ontwikkelde in mijn lichaam.
Ik
laat Hans Langerhans beschrijven hoe de toestand van zijn land Pancreas in de
loop van 1970 achteruit gaat door onverklaarbare factoren. De bevolking van
Pancreas raakt meer en meer verzwakt. Ik laat Hans Langerhans ‘zelf’ aan het
woord:
“Op
een gegeven moment, ik meen dat het december 1970 was, kregen we te horen dat
de noodtoestand uitgeroepen was door de regering. Gevreesd werd voor een
invasie van een vijandelijk leger. Waar vandaan en hoe wist men niet te
vertellen. We werden onder de wapenen geroepen. Dat is te zeggen: de weinigen
van ons die daartoe nog in staat waren. Ik herinner me in die tijd met mijn
vrouw in contact te zijn gekomen. Ze woonde op een ander eiland, dat ik nog
nooit had bezocht. Omdat er alom gevaar dreigde, besloten we voorlopig af te
zien van kinderen. Meer jonge paren om ons heen bleken eenzelfde mening
toegedaan.
Eind
december kwam een onderzoekscommissie van de regering er achter dat er sprake
was van een bedreiging van buiten ons stelsel. Zelfs de sterke, geïndustrialiseerde
mogendheid Lever had te kampen met enorme problemen. Men noemde het gevaar van buitenaf: “Gestalte”.
Dat het over enorm veel macht beschikte bleek wel de 18e januari van
1971 (**).
Die dag kan ik me nog als gisteren herinneren. Onze samenleving was al door het uitroepen van de noodtoestand een chaos geworden. Niemand wist waar hij aan toe was. Plotseling, omstreeks het middaguur, vond er een enorme beving plaats in de atmosfeer. Huizen stortten in. Sommige eilanden werden door een vloedgolf volledig weggevaagd. Overal huilende kinderen, vrouwen en ook mannen. Mijn medebewoners probeerden, waar nodig, hulp te bieden.
Omstreeks
zes uur in de middag vond de tweede aanval plaats. Dit keer geen beving. Onze
vijanden bleken te beschikken over chemische wapenen. Ons buurland Lever had
ons in het verleden verteld over chemische stoffen, vriendschappelijk en noodzakelijk
voor het voortbestaan. Maar deze stoffen waren allesbehalve vriendelijk. Velen
van ons heb ik dat uur zien sterven, ze leken weg te schrompelen, het was een
afschuwelijk gezicht.
Na
twee weken lang geschuild te hebben in een grot bij de baai van het eiland,
bleek dat we ons vergist hadden in de vijandigheid van deze ‘chemische wapenen’.
Ze bleken gestalten die op ons leken. Soms kwamen er veel ineens, soms iets
minder. En na verloop van tijd verdwenen ze dan ook weer. Ze noemden zich ‘insulinen’.
Vandaag
de dag mag ik mij hoogbejaard noemen. Mijn vrouw is vorig jaar overleden. Ik heb
nu alle tijd om de dingen die ons overkomen zijn te overdenken en op te
schrijven. De bevolking van Pancreas is
de laatste jaren sterk in aantal verminderd. In al die jaren sinds 1971 heb ik
ervaren aan wat voor overmacht wij blootgesteld zijn. En daar komt geen
verandering in binnen afzienbare tijd.
Een
beving als in 1971 hebben we niet meer in zo’n sterke mate meegemaakt. Wel
meerdere invasies van soortgenoten van de Insulinen, die bij ander inzien ook
niet zo vijandig bleken als wij telkens dachten.
Sinds
de komst van de Insulinen is er iets grondig veranderd in onze wereld. Dat
vernemen we van de chauffeurs van het Rode Leger. Zij vertellen over het land
Lever waar regelmatig de noodtoestand uitgeroepen wordt, en ook weer
ingetrokken, en over de streek Nier in het zuiden, waar men zo nu en dan kampt
met overstromingen.
De
jongere generatie begrijp ik niet goed. Ze zijn mij te instabiel. Vroeger
werkten de bewoners van eilandengroep Langerhans systematisch, er zat een lijn
in, er was continuïteit. Tegenwoordig lijkt iedereen maar wat te doen.
Ik
weet niet of ik mij gelukkig mag prijzen het rampjaar 1971 overleefd te hebben.
Het enige waar ik met vreugde op terug kan zien, is het huwelijk met mijn vrouw
Lina.
Hans
Langerhans, Pancreas, eiland B-16, appartement HbA1c.”
Schoolfoto genomen in 1971. Ik woog 29 kilo.
maandag 4 november 2013
Een ander dan ik gedacht had
Wim Brands (VPRO) interviewde Huub Oosterhuis naar aanleiding van zijn 80e verjaardag, zijn biografie (De paus van Amsterdam) en zijn audio-boek Arthur. Vanavond zag ik het bij uitzending gemist.
Prachtig.
Ben vanaf mijn puberteit groot fan van Oosterhuis, verslond zijn gedichten en heb hem ooit zelf geintervieuwd voor de vrijzinnige omroep.
Oosterhuis heeft ook wat te stellen gehad met zijn lichaam. Als kind van vijf roodvonk en volkomen geisoleerd vanwege de besmettelijkheid. Als veertienjarige bijna zijn nek gebroken en met een verlamd lichaam terecht gekomen in een ziekenhuis met de angst nooit meer te kunnen lopen.
Hij schrijft er o.a. over in zijn bundel 'Gedroomde God'.
Hoelang nog, vroeg ik de dokter.
'Over weken mag je naar huis.'
Kan ik dan lopen?
Ik lag en las
en dacht aan het wagentje
dat al besteld was.
Ik zou iemand zijn,
al was het een ander
dan ik gedacht had.
Precies zo voel ik me de laatste maanden. Ook al is het karretje (nog) niet besteld en zitten de benen er (nog) aan - ik ben inmiddels al een ander dan ik gedacht had.
Vreemd.
. . . . .
Afgelopen weekend zag ik een aantal filmpjes over diabeten op de site van stichting DON, Diabetes Onderzoek Nederland. Het verhaal van Erik Mijnlieff beroerde me zeer. Vanaf zijn 13e diabetes en al snel gaven zijn nieren het op. Zijn zwarte handschoenen vielen me op en maakten me zenuwachtig. Hij doet ze op zeker moment uit en dan wordt pas echt duidelijk hoe verontrustend de sluipmoordenaar diabetes is en hoe hij zijn slachtoffers maakt.
Afschuwelijk.
http://www.sdon.nl/
(het verhaal van Erikmoet je zelf even zoeken via Youtube)
Prachtig.
Ben vanaf mijn puberteit groot fan van Oosterhuis, verslond zijn gedichten en heb hem ooit zelf geintervieuwd voor de vrijzinnige omroep.
Oosterhuis heeft ook wat te stellen gehad met zijn lichaam. Als kind van vijf roodvonk en volkomen geisoleerd vanwege de besmettelijkheid. Als veertienjarige bijna zijn nek gebroken en met een verlamd lichaam terecht gekomen in een ziekenhuis met de angst nooit meer te kunnen lopen.
Hij schrijft er o.a. over in zijn bundel 'Gedroomde God'.
Hoelang nog, vroeg ik de dokter.
'Over weken mag je naar huis.'
Kan ik dan lopen?
Ik lag en las
en dacht aan het wagentje
dat al besteld was.
Ik zou iemand zijn,
al was het een ander
dan ik gedacht had.
Precies zo voel ik me de laatste maanden. Ook al is het karretje (nog) niet besteld en zitten de benen er (nog) aan - ik ben inmiddels al een ander dan ik gedacht had.
Vreemd.
. . . . .
Afgelopen weekend zag ik een aantal filmpjes over diabeten op de site van stichting DON, Diabetes Onderzoek Nederland. Het verhaal van Erik Mijnlieff beroerde me zeer. Vanaf zijn 13e diabetes en al snel gaven zijn nieren het op. Zijn zwarte handschoenen vielen me op en maakten me zenuwachtig. Hij doet ze op zeker moment uit en dan wordt pas echt duidelijk hoe verontrustend de sluipmoordenaar diabetes is en hoe hij zijn slachtoffers maakt.
Afschuwelijk.
http://www.sdon.nl/
(het verhaal van Erikmoet je zelf even zoeken via Youtube)
maandag 28 oktober 2013
I will wait for you
Half twee in de nacht
Zojuist de bloedsuiker gemeten en die was 20,0. Heb zojuist een weekend achter de rug met het bekijken van filmpjes over diabeten die allerlei complicaties hebben ontwikkeld dankzij hoge bloedsuikers o.a. zoals afstervende benen en vingers, falende nieren, etc.
Mijn bloedsuiker 20 kwam niet uit de lucht vallen.
We aten bamie met weliswaar extra prei en kip, maar toch: relatief veel mie en veel koolhydraten ben ik al langere tijd niet meer gewend.
Al eerder op de avond sloeg de meter uit naar 17. Ik
dacht dat de spuitplek niet goed aanvoelde bij het inbrengen dus besloot een
andere plek aan te prikken. En nu, weer 3 uur verder, is het opgeklommen naar
20.
Marinus en ik hadden filmpjes gekeken met muziek van Lou
Reed die afgelopen week overleed. Van Coney Island Baby gingen we naar Van Morrisons Coney Island, een ander continent maar dezelfde melancholie.
En nu moet ik denk ik toch maar gaan slapen, want ik kan
wel blijven wachten tot de bloedsuiker daalt, maar er zijn 7 eenheden actief en
niet slapen is ook niet bevorderlijk voor dalende bloedsuikers. Dus maar vertrouwen
dat het gaat dalen.
Wachten tot hij weer terugkeert bij de voor mij
noodzakelijke normale hoogten:“I will wait for you’ van Liza Minnelli roept dat wel enigszins dwingend (maar oh zo mooi) af.
Ik wacht op jou, tot je weer terugkeert naar bloedsuikerwaarden waarop ik nog een paar jaar door kan gaan . . .
http://www.youtube.com/watch?v=2tedB7xZB2M
zaterdag 26 oktober 2013
Pinokkio, ofwel cheiroarthropathie
Dat verhaal schoot mij te binnen toen ik merkte dat
mijn eigen lichaam steeds immobieler werd, steeds stijver en ook – helaas –
steeds zwaarder.
Ik kocht het boek tweedehands en herlas het. En
verder dacht ik er niet meer aan.
Totdat ik, afgelopen zomer een artikel onder ogen kreeg
in het blad Bloedsuiker over cheiroarthropathie, de titel van dit stuk. Hieronder
de link naar dat artikel.
Al lezend was er een en al herkenning van klachten
die zich openbaarden in de loop van 15 tot 20 jaar
Dat begon met mijn pinken die ineens in een kromme
stand schoten en pijnlijk werden. “Trigger finger,” zei mijn huisarts en ik
kreeg mijn eerst inspuiting met corticosteroïden. Het deed me denken aan louche
praktijken in een sportschool, maar nee, het waren geen anabole steroïden en
belangrijker nog: het hielp. Links en rechts. Er volgden nog 2 à 3 vingers met
dezelfde klachten.
Vervolgens kreeg ik klachten aan de schouders. “Bursitus,
slijmbeursontsteking, jonge vrouwen kwaal,” zei mijn huisarts. “Komt van het
dragen van maxicosy’s met kinderen en zware boodschappen.” Weer inspuitingen
met corticosteroïden en weer succes.
Eén van de schouders ontwikkelde zich tot een
frozen shoulder . . Ik maakte er een
paar jaar geleden nog een grap over bij de orthopeed. Ik kwam midden in de
zomer op zijn spreekuur. Het was bloedheet buiten. “Hoe kan ik nu een frozen
shoulder hebben met deze temperaturen,” zei ik. “Heeft u er last van als u werkt,”
vroeg hij. Ik: “Ja, bij het zegenen.”
Dat was ook zo, want ik kon de linkerarm maar beperkt optillen. Geen gezicht
als je een gemeente zegent. “Kunt u dat niet een misdienaar laten doen,” vroeg
de orthopeed. Waarop ik antwoordde: “ik zit bij een andere club.”
Daarna volgden de handen: de pezen in het midden van
de hand werden stijver en loeihard. “Dupuytren,” zei mijn huisarts. Hij houdt
van moeilijke termen. “Kan geopereerd worden, maar je kunt ook naar een handtherapeute
gaan.” Bestaat dat ook al? Maar ik deed het en kreeg oefeningen mee plus een
bakje silly putty om de hele dag door te kneden in je handen. Alsof ik niks beters
te doen heb, dacht ik toen.
En zo groeiden de klachten en voelde ik me in de
loop der tijd meer en meer een soort pinokkio worden. Alle bewegingen werden
houterig.
Nadat ik het artikel gelezen had, kregen al die
losse klachten één naam: cheiroarthropathie. Cheiros is het Griekse woord voor
handen. Arthro verwijst naar gewrichten. Pathie komt van pathos, ziekte, lijden
aan.
Men denkt dat de versuikering van het lichaam het
collageen aantast in het lichaam. Collageen vormt het grootste bestanddeel van
het bindweefsel, de gewrichten en de spieren. Door die versuikering wordt alles
stijver en gaat pijn doen. Er is wat aan te doen: oefeningen. Maar het proces terugdraaien
kan niet meer. 30% van de diabeten heeft last van de verschijnselen, ook wel
Limited Joint Mobility genoemd, beperking van de gewrichtsmobiliteit.
Vandaar dus dat ik een paar jaar geleden ineens
moest denken aan die sergeant Massuro, wiens lichaam immobieler en stijver werd.
Blijkbaar vallen je gedachten of verhalen te binnen die iets vertellen over wat
je voelt en ervaart. Mooi hoe de geest werkt.
zondag 20 oktober 2013
Beterschap
Vanaf het begin van mijn ziekmelding krijg ik vele
kaarten met de boodschap: beterschap.
Het zet mij al maanden aan het denken.
Iemand beterschap toewensen is zonder meer lief bedoeld.
Dat wens je iedereen toe.
Er zijn lekker moeilijke woorden voor (voor de
liefhebbers): recuperatie, (re-)convalescentie, rehabilitatie.
In gewoon Nederlands is het niet anders dan: heling, herstel,
genezing.
Dat houdt in: terugwinning van gezondheid of verbetering
van ongezond naar gezond.
En daar gaat het mis, wat mij betreft.
Want helaas, beterschap zit er nooit meer in voor
chronisch zieken.
Het zit er dus niet in voor mij.
En dat is al ruim 42 jaar zo.
Beterschap is bijvoorbeeld van toepassing op
kinderziektes. Dus op kinderen die plotsklaps hoge koorts krijgen of gaan
overgeven en daarna snel opknappen. Of op griep – van heel beroerd verandert
dat toch zeker na twee weken naar het je weer helemaal tiptop voelen.
Maar zo werkt het niet voor mensen met een chronische
aandoening.
We worden nooit meer dezelfde die we waren voor we de
aandoening kregen. En velen van ons weten niet meer hoe het is gezond te zijn geweest
ooit.
Wie chronisch ziek is heeft 24 uur een ziekte die het leven ondermijnt.
Van de buitenkant is er niets van te zien.
Maar de sluipmoordenaar van de goedbedoelde beterschap
kent vele gezichten.
In mijn geval heet het: diabetes mellitus en resulteert
het in (onder andere!) de volgende klachten: cheiroarthropathie, coronair
lijden, hyperthensie, hypothereoïdie, micro- en macrovasculaire complicaties, neuropathie
(perifeer en autonoom), paroxismaal boezemfibrilleren, tinnitus, visusklachten
door retinopathie. . . . .
Als je de prijzenlijst doorneemt die verbonden is aan
diabetes mellitus verbaas je je.
“En wat hebben zij gewonnen Pierre,” was vroeger een
gevleugeld gezegde bij een spelletje van Willem Ruys. En dat kon
allemaal niet op.
Inderdaad kan de ellende ook niet op bij chronische
aandoeningen.
Er zit dus geen beterschap in? Nee, inderdaad niet.
Is dat vervelend? Ja, voor mensen die graag een kort
antwoord wensen op de vraag ‘hoe het gaat’.
Nee, voor velen ‘gaat het niet en zeker niet beter’.
Jammer voor jou, om dit bericht aan te moeten horen.
Nog meer voor mij die de consequenties daarvan tegemoet
moet zien.
Het kan zijn dat een deel van mijn benen eraf moet, als
de vaatklachten doorzetten. Het kan ook zijn dat ik minstens driemaal in de
week aan de nierdialyse moet, omdat de microvasculaire complicatie mij die kant
op duwt. Blind worden is ook een optie, al heb ik een verdomd goede oogarts.
In ieder geval voel ik me als DM-type 1 de laatste jaren
steeds vermoeider en daardoor soms bedroefder, wat met een mooi woord recidief
depressief heet. Gek he, dat je soms
verdrietig wordt, als er geen recuperatie meer inzit.
Maar laten we eerlijk zijn wie wil er nou beter worden als-ie ouder wordt?
Je weet toch dat er maar één zekerheid is: dat we
sterven?
Waarom dan zeuren als er kwalen komen?
Ooit wachtte ik in de wachtkamer van een ziekenhuis op
mijn lief die behandeld werd. Er werd een man binnengereden in een rolstoel.
Hij mopperde dat hij 70 jaar altijd gezond was geweest en nu de ellende moest
ondergaan van kwalen op latere leeftijd.
Waarop ik mij nuchter liet ontvallen vanaf mijn 11e nooit meer gezond te zijn geweest. Hij schrok en bood vrijwel onmiddellijk zijn welgemeende excuses aan.
Abonneren op:
Posts (Atom)




